HKV Achilles
     
Home Over Achilles Historie
Historie Achilles E-mail
(door te klikken op de foto's krijgt U een vergroting!)


Inleiding

Om u een iets beter beeld te schetsen van de voor u wellicht onbekende korfbalvereniging Achilles, volgt hieronder wat achtergrondinformatie over deze club uit de aantrekkelijke Vruchtenbuurt in Den Haag. Een club met een indrukwekkende geschiedenis. Opgericht op 1 oktober 1922 vierde de vereniging in 2007 zijn 85-jarig bestaan. Achilles is een gezonde korfbalclub met momenteel een ledental van rond de 310 leden.

Korfbal en Achilles, Achilles en korfbal, het hoort bij elkaar. Echter, met de komst van het kunstgrasveld, wordt er nu ook dagelijks getennist bij de zwart-witte (onze clubkleuren) Leeuwen (de bijnaam van Achilles in de korfbalwereld). In samenwerking met de gemeente hebben de plannen van Achilles, om een duidelijkere buurtfunctie te krijgen, gestalte gekregen. De gemeente heeft onder andere een jeu de boules-baan aangelegd en Koninginnedag 2002 werden een skatebaan en een ‘playground’ officieel in gebruik gesteld door wethouder Stolte. Niet alleen ons sportpark is een bezoek waard, ook het korfbalterras aan het water (als enige korfbalclub in Nederland, voor zover wij weten) mag u niet missen!

 

 

Kostbaar erfgoed, waard om te behouden

Onze naam: Achilles

Toen op 1 oktober 1922 ten huize van Rut van der Veen het principebesluit viel een eigen korfbalclub op te richten, was er nog niet serieus nagedacht over een clubnaam. Toen vier weken later, weer op een zondagavond, maar nu ten huize van Theo Lange, de puntjes op de i moesten worden gezet, loste het probleem zich snel op. Rut kwam spontaan met de naam ACHILLES en alle andere oprichters en oprichtsters vonden het prima!

Achillespees1935
Kop van een Achillespees uit 1935, toen het nog een maandblad was en Achilles tijdelijk 'SELLICHA' heette
Denk niet dat deze naam ons alle jaren van ons bestaan gesierd heeft. Neen, van 1929 tot 1935, mochten we van de bond de naam Achilles niet voeren, omdat er in Almelo al een vereniging van die naam bestond (en bestaat). Deze was twee jaar voor ons opgericht en toen we promoveerden naar de grote bond (NKB) zou er verwarring kunnen ontstaan. In de HKB (Haagsche Korfbal Bond), waarin we tot dan toe uitkwamen, speelde dit niet.

Enfin, in 1935 – ter gelegenheid van ons 12 ½ jarig bestaan – kregen we heel genereus van de voorzitter van de NKB onze echte naam weer terug.
Hoe we ons in die tussentijd hadden beholpen? Heel eenvoudig: SELLICHA. Een letteromkering, uitgedacht door Wim Fortanier, die de eer van het presenteren van deze vondst aan zijn vrouw Jeanne gunde.

 

Ons tenue: Zwart/Wit

achillesshirt Onze vereniging werd opgericht door jongelui van 16-17 jaar. Dat was – zeker in 1922 – heel moedig. Temeer, daar alle kosten zo’n beetje uit het zakgeld moesten worden betaald. Om die reden kwam Theo Lange er toe om als clubbestuur voor te stellen een zwart broekje of rok, een wit shirt en daarop een zelf te maken zwarte baan. Goedkoper kon niet.

 

 

Ons krantje: Leeuwenkrabbels

 

Ons krantje bestaat al sinds 1938. Daarvoor deden we het – samen met ander verenigingen – met een commercieel blad (“De Residentiebode”) plus ons al lang bestaand maandblad “De Achillespees”. Voor de naam van ons krantje werd een prijsvraag uitgeschreven. Dat ging heel eerlijk: men mocht alleen onder een zogenaamd motto inzenden, zodat de keuze zou vallen zonder dat men de inzender kende. Unaniem werd de inzending onder het motto “Madjoe” gekozen. Daarachter verschool zich ons lid Frits Verhoef, hij won 2,50 gulden. Aan hem danken we dus de naam “Leeuwenkrabbels”. Die naam is verder nooit ter discussie gekomen. Die was en is steengoed.
leeuwenkrabbelsIn de lay-out hebben sommige redacteuren wel eens gedwaald. Het krantje van vandaag ziet er overigens weer geheel uit als het oorspronkelijke ontwerp (redactie: Fred Broers schreef dit in 1986, de lay-out wijkt nu wel af van het oorspronkelijke ontwerp).

 

Ons wapen: De A met leeuw

 

achilleslogoOns wapen met de leeuw is al ontzettend oud en is vrijwel zeker een ontwerp geweest van ons oud-lid Ru Jonkman, de man die ons ook talloze foto’s en dia’s uit de beginjaren heeft achtergelaten.

De leeuw slaat eigenlijk nergens op. Het is later nooit meer gelukt te achterhalen waarom die keuze werd gemaakt. Ons wapen siert als vignet nog steeds ons briefpapier en prijkt ook wekelijks boven ons krantje, zij het dat de leeuw daar een toorts in z’n voorpoot heeft meegekregen om de “krabbels” te schrijven.

 

Ons embleem (op het shirt)

Ons embleem is niet zo oud. Het dateert van ongeveer 1965 en is bedacht door Thea Springer-Kamstra. Het stelt geheel ons wapen voor, maar is zodanig uitgevoerd dat het – mits goed op het shirt aangebracht – precies contrasteert met de achtergrond. De enen helft wit op zwart, de andere helft zwart op wit. Het blijft een zorg om alle spelers zover te krijgen dat ze het embleem even op hun shirtje naaien, hooguit een kwartiertje werk. (redactie: inmiddels is het embleem standaard op een mouw geprint).

achillesembleemIn de beginjaren had Achilles overigens ook een embleem en wel een gans ander: een soort vogel, althans twee vleugels. De overlevering zegt dat Rut van der Veen, de bedenker van onze naam, weliswaar Achilles zei, maar een andere god op het oog had (een gevleugelde). Op aanraden van Manus Speyer werd deze miskleun ongedaan gemaakt.

 

Ons fluitje

Via oud-lid Peter Wapenaar ontvingen wij het Achillesfluitje op notenschrift. Hij staat er niet voor in dat het exact juist is. Het is namelijk een door hem gefloten versie die door een vriendin is opgetekend is in notenschrift waarbij de piano een hulpmiddel was.

Achillesfluitje

Als ik ergens op straat Annie van der Laaken zou ontwaren, zonder dat ze mij zag en ik de hierboven afgebeelde zes noten zou fluiten weet ik absoluut zeker dat zij als genageld zou stil staan en de omgeving zou afspeuren naar de Achilliaan die haar kennelijk had gezien. Het Achillesfluitje is dus een soort interne code voor Achillianen onder elkaar.

 

wim_fortanier_086
Wim Fortanier
Ik ben er niet zeker van dat ook thans alle adspiranten, pupillen en welpen en andere jongere leden het fluitje kennen. Dat is jammer, maar te verhelpen. Zie het notenschrift. Het is bijna zeker dat Wim Fortanier het fluitje heeft bedacht en wel al voor de oorlog. Het is een ietwat versnelde versie van de eerste versregel van het refrein van de Marseillaise, het Franse volkslied (oorspronkelijk strijdlied voor het leger) en wel de regel “aux armes, citoyens”(=burgers, te wapen). Wim Fortanier wakkerde Achilles altijd aan tot grotere strijdlust jegens de vijand (de tegenstanders dus) en de keuze van de melodie klopt hier wel mee.

 


Onze yell

Loop, spring, vang, schiet, stel goed op
Geef je tegenstander klop
A C H I ELLE E S
A-CHI-LLES

Dit strijdlied kennen we allemaal en is heel wat karakteristieker voor Achilles dan “op ‘n slof en een oude voetbalschoen….” De auteur van deze yell is vrijwel zeker Marie Stempels-Piët. Vast staat dat de yell ook al van voor de oorlog dateert.

 

Naschrift

1975 0505 Fred Broers.252Bovenstaande teksten zijn van de hand van Fred Broers, erelid van Achilles. Een kleine toelichting over deze zeer lezenswaardige stukjes van Fred. In een grijs verleden bestond binnen Achilles de zogenoemde ‘Achillespees’, een blad met artikelen van de hand van vele Achillianen (voor de insiders: wie kent ze niet, B.V. de Hatelingen?). De Contactraad (zeg maar de feestcommissie voor de junioren en senioren en niet-spelende leden) in 1985/1986 besloot een poging te wagen om de ‘Achillespees’ nieuw leven in te blazen. De Contactraad bestond toen uit Steven en Frits Broers, Peter Frauenfelder, Mylène en Harald Braakman. Helaas strandde deze poging gestrand, o.g. heeft artikelen van verschillende Achillianen verzameld maar het daadwerkelijk uitgeven van een ‘Achillespees’ is niet gebeurd. Als ik kijk naar de hoeveelheid artikelen, waren het er gewoon nog niet voldoende. Tijdens wat opruimwerk kwam ik de stukjes van Fred broers tegen. Op de Achilles-site moest nog een en ander vermeld gaan worden over de rijke clubhistorie. Nou, dan komen de stukjes van Fred Broers uitstekend van pas! Lees op uw gemak over de geschiedenis van Achilles, Fred leverde zijn stukjes bij mij af in 1986. Hij noemde het: kostbaar erfgoed, waard om te behouden.

Harald Braakman

Terug naar boven

85 Jaar Achilles ledengeschiedenis

Feiten, goochelen met cijfertjes, statistieken.......heeeerlijk!!! Vijf jaar geleden schreef ik naar aanleiding van de aanmelding van het 2.500e lid van Achilles een artikel dat in twee edities van de Leeuwenkrabbels werd gepubliceerd. We zijn nu ruim vijf jaar verder en vele nieuwe Achillianen rijker. Graag maak ik in deze speciale editie van de Achillespees gebruik van de informatie uit 2002, tenslotte hebben we sinds de huldiging van ons 2.500e lid alweer een kleine 200 leden welkom geheten (en sommigen ook weer uitgezwaaid). Ken je club, ken de geschiedenis. Misschien moeten we in de toekomst maar eens de Grote Achilles Geschiedenis Quiz gaan organiseren! Ik neem de vrijheid om de ledengeschiedenis te combineren met een aantal andere wetenswaardigheden.ieplaan_1924

Een nieuw hoogtepunt in de geschiedenis van Achilles werd bereikt op 10 april 2002. Op 1 oktober 1922 waren er negen jongelui bijeengekomen op de Ieplaan 85 A in Den Haag en richtten ‘ons cluppie’ op. Hoe ging die oprichting nou precies in zijn werk en hoe komen wij bijvoorbeeld aan onze naam? Erelid Fred Broers schreef op 8 maart 1986:
“Toen op 1 oktober 1922 ten huize van Rut van der Veen het principebesluit viel een eigen korfbalclub op te richten, was er nog niet serieus nagedacht over een clubnaam. Toen vier weken later, weer op een zondagavond, maar nu ten huize van Theo Lange, de puntjes op de i moesten worden gezet, loste het probleem zich snel op. Rut kwam spontaan met de naam ACHILLES en alle andere oprichters en oprichtsters vonden het prima!”

 

Daphne de Groot, het 2.500e Achilles-lid!

2500elidIn 2002 verwelkomde Achilles Daphne de Groot, het 2.500e lid sinds de oprichting. Dat lieten we natuurlijk niet ongemerkt voorbij gaan. Op 30 april werd Daphne uitgebreid in het zonnetje gezet. Ons 2.500e lid had al een behoorlijke Achilles-geschiedenis in de familie. Oma Hanneke werd lid op 28 december 1949, opa Ton op 13 november 1946, Pim (de broer van Ton) op 4 augustus 1948 en mamma Nicole op 25 juli 1973. Hoe werd Daphne overigens het 2.500e lid? Er waren nog twee kanshebbers Maaike van der Vegt en Jasper van Duivenvoorden. Via loting werd bepaald dat Daphne de gelukkige was, Maaike kreeg lidnummer 2499 en Jasper staat met nummer 2501 in de boeken.

 

De eregalerij

Oprichters_Acihilles_1927Oprichters van Achilles in 1927

De lidnummers 2 t/m 9 komen overigens niet voor in het ledenbestand. De reden is vrij simpel, de negen oprichters staan genoteerd onder de lidnummers 1a t/m 1i. Aangezien dit artikel u in vogelvlucht meeneemt door de ledengeschiedenis van onze club, mogen de namen natuurlijk niet ontbreken! De negen jongens en meisjes die er verantwoordelijk voor zijn dat wij in onze zwart-witte tenues al bijna 80 jaar Achilles vertegenwoordigen zijn:
1a Theo Lange 1b Rut van de Veen 1c Grada Basset 1d Jo van der Voet 1e Fik Krens 1f Wim Wessels 1g Cor Wiersma 1h Jeanne de Wit 1i Manus Speijer (de langst geleefd hebbende oprichter, op het 75 jarig jubileum gaf hij nog een toespraak, hij overleed in november 1999 op 95-jarige leeftijd).


Naamsverandering

Als ik dan toch bezig ben met de clubgeschiedenis, is het misschien wel aardig om een schokkende mededeling te doen voor, naar ik vermoed, een grote groep nieuwelingen. De naam Achilles mochten wij zes jaar lang niet gebruiken! Nou denkt u vast “Wat is dat nou weer voor een onzin?”. Ik citeer wederom Fred Broers:
“Denk niet dat deze naam ons alle jaren van ons bestaan gesierd heeft. Neen, van 1929 tot 1935, mochten we van de bond de naam Achilles niet voeren, omdat er in Almelo al een vereniging van die naam bestond (en bestaat). Deze was twee jaar voor ons opgericht en toen we promoveerden naar de grote bond (NKB) zou er verwarring kunnen ontstaan. In de HKB (Haagsche Korfbal Bond), waarin we tot dan toe uitkwamen, speelde dit niet. Enfin, in 1935 – ter gelegenheid van ons 12 ½ jarig bestaan – kregen we heel genereus van de voorzitter van de NKB onze echte naam weer terug. Hoe we ons in die tussentijd hadden beholpen? Heel eenvoudig: SELLICHA. Een letteromkering, uitgedacht door Wim Fortanier, die de eer van het presenteren van deze vondst aan zijn vrouw Jeanne gunde.”

 

Bijzondere lidnummers

1e lid (1a) Theo Lange, geboren 21 april 1904 (overleden 30 augustus 1984)
500e lid Henny Glastra, werd lid op 2 april 1942
1000e lid
Herman Polderman, de vader van Ad en Corry, geboren op 10 juni 1903, werd lid op 10 juni 1959, was Lid van Verdienste. Ankie Krul heeft lidnummer 991 maar werd destijds, laten we het op een administratief foutje houden, ten onrechte als 1.000e lid gehuldigd.
1500e lid
Mark Kagie, geboren 15 september 1964, lid vanaf 20 november 1974
2000e lid
Laila Hami, werd lid op 21 oktober 1987
2500e lid
Daphne de Groot, werd lid op 10 april 2002
3000e lid
weekend van zaterdag/zondag 2/3 september 2019 (dit heb ik gebaseerd op het huidige gemiddelde vanaf 10 april 2002 t/m 2 september 2007, een aanwas van 160 leden).

 

Hoeveel Achillianen kregen wij er in een periode van 10 jaar steeds bij?

Nu volgt een overzicht van het aantal personen (2670) dat lid werd in een periode van 10 jaar.

1922-1931            234
1932-1941            264
1942-1951            314
1952-1961            263
1962-1971            322
1972-1981            378
1982-1991            377
1992-2001            343
2002-2007            175   (t/m 3 oktober 2007)

Interessant!

Annie van der Laaken-Harmsen (lidnummer 415) is op 10 april 1940 lid geworden van Achilles, dat betekent dat zij van alle huidige leden de meeste Achilles-jaren achter haar naam heeft staan.Op twee staat Ben Zoutendijk (lidnummer 474), lid geworden op 12 juni 1941. De derde plaats wordt ingenomen door Ton Hoogwater, hij werd lid op op 13 november 1946 en heeft lidnummer 674.

Op 16 oktober 2008 overleed onze erevoorzitter Hans Broers (lidnummer 362). Op 11 november 1937 werd hij lid van Achilles. Bijna 71 jaar (een record) was hij lid van Achilles.

Met name tot en met 1970 zijn in het Grote Leden Boek extra gegevens van de leden genoteerd (inmiddels houdt ondergetekende dat bij), dat varieert van iemand die voor de tweede, derde, vierde (Lies Hebels) en zelfs zesde keer lid werd (Greetje Zoutendijk) tot en met emigratie (bijvoorbeeld John Moulijn en Gretie Moulijn-Brouwers naar de USA, Kees Kelly naar België, Mandy, Sandra en Mike van de Roest naar de USA, Marga van der Kooij naar België, Lies Schoemaker naar Canada, Peter Wapenaar naar Spanje, Kees Vermeulen naar Spanje maar inmiddels weer terug in Nederland, Nathalie Braakman naar Brunei, Syrië en nu Qatar).

Maar het meest in het oog springend is toch wel de korte vermelding over Frans Britzel, lidnummer 547, geboren op 13 september 1920 en op tijdens de Tweede Wereldoorlog Achilliaan geworden (op 9 juni 1943). Op 29 of 30 september 1944 werd hij gearresteerd. Frans Britzel werkte bij de ondergrondse en was betrokken bij een spoorwegoverval. Tragisch kwam hij aan zijn einde, op 7 oktober 1944 werd hij door de bezetter gefusilleerd.

Hermans Duns, lidnummer 171, was ooit voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Korfbal Bond. Ter ere van Annie van Deventer wordt op de JAV de naar haar vernoemde beker uitgereikt aan een persoon of commissie die zich in het verenigingsjaar buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt of een bijzonder prestatie hebben geleverd. Annie (lidnummer 588) was de echtgenote van Pim (werd lid op 12 mei 1943, lidnummer 538) en werd lid op 14 juni 1944. Zij overleed 5 januari 1967.

 

Goud, zilver, brons en eervolle vermeldingen

Ik ben eens gaan speuren naar ‘waar hebben we er de meeste van’? Achternamen, voornamen en straten. Wat betreft de straatnamen teken ik wel aan dat het ledenbestand zeker niet compleet is, vanaf de zestiger jaren werd dit consequenter bijgehouden. En van oud-leden weten we in de meeste gevallen niet of ze nu ergens anders wonen, daar staat dus nog het eerste adres vermeld ten tijde van het lid worden. Met het oog op de viering van het 75-jarig jubileum is de jubileumcommissie destijds fanatiek aan de slag gegaan om oud-leden op te sporen. Maar deze schoning is inmiddels alweer ruim 10 jaar geleden. Voor het 85-jarig jubileum is Inspector Columbo ook weer aan de slag gegaan, het heeft wederom zijn vruchten afgeworpen.

Wat betreft het achternamenklassement, dames let op, jullie zijn geregistreerd met de achternaam toen je lid werd, Anneke Zoutendijk staat dus als Anneke Nolten in de boeken. Was dit in de ledenadministratie gewijzigd in Zoutendijk, dan had zij nu een bronzen plak gehad.
Wie staan er op het erepodium en wie krijgen er een eervolle vermelding?

In de categorie ’meest voorkomende achternamen’

GOUD 16 maal van den Berg
ZILVER 14 maal de Jong, de Vries, Muller
BRONS 11 maal Bakker
Eervolle vermeldingen 10 maal Jansen, Zoutendijk

Overigens aardig om te zien dat er namen zijn die na de jaren zestig/zeventig weinig meer door de trotse ouders aan hun wolk van een zoon of dochter werd gegeven (Elly, Corry, Mien, Netty, Loes, Herman, Piet, Willy, Jan en Kees bijvoorbeeld).

De absolute kampioen
Is Hans Bakker, hij wint een gouden en bronzen medaille. Hij werd lid op 1 juli 1960 en had lidnummer 1960, verhuisde naar Arnhem en werd lid (later ook voorzitter) van ECKA. Hans is helaas overleden.

In de categorie ’meest voorkomende straten’

 

 

GOUD 66 maal Vlierboomstraat
ZILVER 40 maal Pomonaplein
BRONS 31 maal Meloenstraat
Eervolle vermelding 28 maal Perenstraat

 

 

 

John Frederikstadt

Kent u hem? Hij was geen lid van Achilles, nee, John Fredrikstadt is de vader aller voetbalstatistici in Nederland. Een voorbeeld voor ondergetekende en op zijn manier heb ik nog wat gegevens uit het ledenbestand nader bekeken en er soms een eigen interpretatie op los gelaten.

 

 


samen de kortste voor + achternaam Ton Bos (lidnr. 2389)
samen de langste voor + achternaam Alexander Beijersbergen van Henegouwen (lidnr 2411)
eerste lid na WO II Dora Navis (lidnr. 597)
eerste nieuwe lid in de 21e eeuw Jolanda de Jager (lidnr. 2437)
eerste opzegging in de 21e eeuw Nicole Louwers (lidnr. 2329)
meest unieke bijnaam Fred Fransen (lidnr. 1139) alias Fred Flintstone
2e Kamerleden Jeanne Fortanier-de Wit (lidnr. 1 H, oprichtster)
12 jaar 2e Kamerlid voor de VVD
Guikje Roethof (lidnr. 1161)
4 jaar 2e Kamerlid voor D’66
leden hoofdbestuur KNKB Marie Stempels-Piët (lidnr. 243)
Jan Delcour (lidnr. 454)
wiens wetenschappelijke theorieën worden heden ten dage nog gebruikt? Wim Fortanier (lidnr. 16), deskundige op het gebied van Arbeidsrecht
meest bekende Nederlander Marco Bakker (lidnr. 1624)
bijna een bekende Nederlander Piet Klein (lidnr. 26) schaatser Piet Kleine
Fiona Hols (lidnr. 2446) tv babe Viola Holt
mooiste vrouwelijke alliteratie Dietje Duns (lidnr. 264)
mooiste mannelijke alliteratie Bob Baart (lidnr, 120)
meest Hollandse naam Jan van Dijk (lidnr. 276)
meest exotische namen bij de vrouwen Lupita Mares (lidnr. 1288)
Gita Khoen Khoen (lidnr. 1916)
meest exotische naam bij de mannen Fernando Duarte Nogueira (lidnr. 1998)
meest commerciële naam Bokma (Greet, lidnr. 331)
verhouding M/V over 2500 leden? 1203 mannen (45,05% in 2002 44,5%)
1467 vrouwen (54,95% in 2002 55,5%)

Terug naar boven

Een ‘up to date’ ledenbestand!

Veel dank is verschuldigd aan Han Ravoo, John Moulijn en Fred Broers, zij hielden op magnifieke wijze het ledenbestand bij. De kaartenbak van Martin Knoppert hielp ons enorm bij de 80’er en 90’er jaren. Ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum heeft de jubileumcommissie alle schriftelijke gegevens geautomatiseerd, een heidens karwei dat werd verricht door Roel Westgeest, Michel Linse en o.g.

Ik vermoed dat Achilles een unieke ledenadministratie heeft die je niet bij alle korfbalclubs tegenkomt. En wij willen deze administratie ook goed bijhouden dus bij deze het verzoek aan een ieder die dit artikel leest........blijf de club informeren over wijzigingen die van belang zijn voor ons ledenbestand. Ik spreek uit ervaring als ik zeg dat het organiseren van een oud-leden reünie veel tijd kost. Hoe beter de administratieve gegevens hoe meer mensen van de partij kunnen zijn tijdens de volgende jubilea.

Tot slot....er is een Archief Commissie in oprichting die het culturele Achilles erfgoed gaat bewaken!

December 2007, Harald Braakman

 

Introductie

hansbroersOnderstaande teksten komen van de hand van onze erevoorzitter Hans Broers. In 2002 werd er aan alle plattegrond Achillianen in de Leeuwenkrabbels een oproep gedaan om historische Achilles bijdragen aan te leveren voor ons clubblad. Op 29 mei 2002 werd Pomona klinkt veel netter gepubliceerd. Voor de lezers van deze website die niet geheel bekend zijn met Pomona……het sportterrein van Achilles bevindt zich op het Pomonaplein

Het Achilles veld staat centraal….we gaan terug naar 1936 en belanden via de Tweede Wereldoorlog en de jaren 50 uiteindelijk in het heden.

 

Pomona klinkt veel netter!

“Uit het verleden komt het heden, uit het nu wat worden zal”. Deze negentiende-eeuwse dichterlijke woorden mogen dienen als verdediging tegen het verwijt dat geschiedenis ouwe koek is waar de hedendaagse mens geen boodschap aan heeft.

Aldus gelegitimeerd om over het verleden te schrijven wil ik langs deze weg enige herinneringen ophalen uit de Achilleshistorie. Hierbij staat ons veld als thema centraal. Toen we in 1936 voor het eerst die heilige grond betraden zag het geheel er heel anders uit dan nu. De toegang via het Pomonaplein bestond nog niet. Sterker nog, zelfs de huizen langs het terrein waren nog niet gebouwd. Je moest op het veld komen via de Mient. In te uiterste hoek, bij de school, was een toegangspad. Voor je het terrein betrad ontwaarde je ter linkerzijde een kleedgebouwtje. Het veld zelf was de thuishaven voor twee verenigingen: Ons Eibernest en Achilles. Ons Eibernest speelde op de linkerhelft (van de Mient af gezien) en Achilles op de rechterhelft. Daar kwamen we mee toe. We hadden immers maar acht ploegen: zes senioren- en twee aspirantenteams. Twaalftallen wel te verstaan. Je kon lid worden vanaf je twaalfde jaar. Je kreeg dan een lidmaatschapskaart met het dringende advies die steeds bij je te hebben als je het veld betrad. Want zonder dit diploma moest je bij de ingang aan een controleur van de gemeente 15 cent dokken. Het veld was immer “niet openbaar”. (Nu formeel ook niet trouwens). Er stond een bordje bij de ingang met de tekst: “Diploma vergeten? Vijftien cent betalen”.

Uit met de pret

Begin 1940 was het uit met de pret. Nederland was nog niet in oorlog maar had de krijgsmacht wel gemobiliseerd. Er kwamen soldaten in de school aan de Mient. Ze kregen ook de beschikking over het veld en maakten daar typisch militair gebruik van: loopgraven maken! Om de jongens bezig te houden.
Achilles en Ons Eibernest waren intussen uitgeweken: Achilles naar een stuk grond bij het Quickterrein, Ons Eibernest naar het Stokroosveld. Al spoedig kwam Achilles daar ook terecht, want het veld bij het Quickterrein kreeg een andere bestemming. Toen de oorlog was afgelopen wilden we weer wat graag terug naar ons oude veld maar dit bleek vooralsnog niet mogelijk. Er was namelijk geen kleedgelegenheid meer. Het gebouwtje aan de Mientzijde had de oorlog niet overleefd en de gemeente had geen bouwmaterialen voor een nieuw onderkomen. Met name het gebrek aan bakstenen, dat na de bevrijding een nijpend probleem vormde was doorslaggevend. Pas in 1950 – we waren inmiddels al tien jaar verbannen – was het zover: er kwam een nieuw gebouwtje aan de andere kant van het veld. De benodigde bakstenen waren gevonden door gebruikte stenen, die van de verwoestingen in het Bezuidenhout waren overgebleven, af te bikken. Aan sommige stenen kun je nog altijd de oude metselspecie terugvinden.

Eindelijk weer thuis

Van de terugkeer maakten we een groot feest. Eindelijk weer thuis! Mooi was ook dat we het veld nu voor ons alleen hadden. Ons Eibernest kwam niet terug. Het had een nieuwe stek gevonden aan de Beijerstraat (waar later Hou Stand nog vele jaren gespeeld heeft).
Tenslotte nog iets over de benaming “Mientbewoners”, die met name de pers (Jos Coeland) ons hardnekkig is blijven geven. “Mient” duidt op de agrarische bestemming die de ruimte waar ook ons veld deel van uitmaakte, eens heeft gehad. Mient of Meent betekent namelijk “gemeenschappelijk weideland”. Blijkbaar maakten boeren en buitenlui in vroeger eeuwen gezamenlijk gebruik van de grond om vee op te laten grazen. De Achillianen zijn dus de opvolgers van die boeren als gebruikers van het terrein. Er past ons dus enige voorzichtigheid wanneer we bij het spelen tegen zogenaamde plattelandsverenigingen een voorlopige voorsprong willen vieren door in koor te roepen: “o, wat zijn die boeren stil!”

Pomona

De benaming “Pomonapleinbewoners” heeft nooit opgang gemaakt. Het bekt niet lekker. Toch is er over de straatnamen “Pomonalaan” en “Pomonaplein” nog iets te vertellen. “Pomona” is zeer passend in onze Vruchtenbuurt, want het wijst op de Romeinse godin der boomvruchten. Maar aanvankelijk had de gemeente een heel andere naam voor laan en plein bedacht. Het had Pruimenlaan en Pruimenplein moeten worden. Maar de toenmalige burgemeester Jhr. Bosch van Rosenthal vond dat in de dertiger jaren een onesthetische benaming. En gelijk had hij. “Pomona” klinkt veel netter!

 

Achilles onderdak

Achilles heeft twee keer een eigen clubhuis laten bouwen. Het eerste verrees in 1962, het tweede in 1980.
Het eerste was een houten prefab gebouw, dat in een half etmaal werd neergezet. Achilles was met deze "Vlonder" de tweede Haagse korfbalvereniging die zich de luxe van een eigen huis permitteerde. Ready was ons voorgegaan. Het kocht een bestaand gebouwtje dat op het veld aan de Escamplaan werd neergezet.
Clubhuizen bouwen was een rage in die tijd. vlonder_1962De opbouwjaren na de oorlog waren voorbij: er kon in Nederland van de ontstane welvaart geprofiteerd worden.
De sport deed daar volop aan mee. Dit betekende vele nieuwe sportvelden, uitbreiding van het aantal sportbeoefenaren en vaak ook het (laten) bouwen van een eigen home op de thuisbasis.
De Vlonder werd zo genoemd vanwege de royale brug over de sloot. Die brug had dezelfde afmetingen als het gebouw en was als het ware een onoverdekt onderdeel daarvan. Nog steeds zijn er oudere Achillianen die er een nostalgische herinnering aan hebben overgehouden.
Zoals gezegd was het een houten gebouw. Het kostte in totaal twintigduizend gulden. Kom daar nu maar eens om!
De financiering is een verhaal op zichzelf. Veel geld kwam binnen door het op grote schaal ophalen van oud papier in de buurt. Maar de grootste klapper vormde het fabriceren van kleine isolatiebuisjes voor telefoonleidingen. We deden dat in opdracht van de PTT. In ons bestuurslid de heer Polderman (vader van Addie) hadden we een ideale verbindingsman voor het tot stand komen van deze deal. Een ander bestuurslid, de heer Beijl (vader van Ineke en Hans) had uit oud materiaal een snijmachine geconstrueerd, waarmee we in zijn huis de buisjes afsneden van grote rollen kunststofkabel. Zeker een half jaar zijn we daarmee bezig geweest. Het leverde vele duizenden guldens op.

Het resultaat van al deze inspanningen was dat we zonder schulden te maken een nuttig en gezellig onderkomen konden financieren. Een eigen nest dat achttien jaren de ziel en zaligheid van enkele generaties Achillianen uitmaakte. Toen het tenslotte zo was uitgewoond dat de toegangsdeur met touwtjes op haar plaats moest worden gehouden, kostte de afbraak en de materiaalafvoer ons vijfduizend piek. Een schadepost die als onderdeel van de bouwkosten van de nieuwe kantine werd afgeboekt.
Ja, die nieuwe kantine. Dat is het gebouw dat er nu nog steeds staat en dat inmiddels alweer 27 jaar oud is. Mede dankzij een geslaagde verbouwing kort na de eeuwwisseling ziet het er nog prima uit.


De financiële voorgeschiedenis is een verhaal van vallen en opstaan. Eigen geld was er nauwelijks. Dit was goeddeels eigen schuld. We hadden namelijk verzuimd tijdig een bouwfonds te activeren. Toen we merkten dat de oude Vlonder op instorten stond moesten we nog beginnen met de nieuwbouwplannen! Dat schiet natuurlijk niet op. Een lening van de Amrobank (toen nog zonder ABN), subsidies van de gemeente en van de N.S.F. en het in allerijl verzameld beetje eigen geld leverde de 280.000 gulden op die we voor de aanbesteding van de nieuwe Vlonder nodig hadden. Die naam slaat eigenlijk nergens op (we hebben immers geen vlonder meer) maar is wel een blijvend aandenken aan het simpele stulpje waarmee alles in 1962 begonnen is.

Hans Broers

 

1ekunstgrasdoelpuntHet eerste Achilles kunstgrasdoelpunt

We gaan terug naar 1 september 2001. Weet u het nog? De dag het kunstgrasveld van Achilles werd geopend door wethouder Stolte. Maar ook de dag dat Oranje het liet afweten in en tegen Ierland en zich niet kwalificeerde voor het WK in 2002. ’s Middags speelde Achilles 1 tegen Refleks 1 de openingspartij op de prachtige kunstgrasmat. Op een tijdstip dat ongetwijfeld nog vele Achillianen op één oor lagen, speelde de F2 om 9.00 uur de allereerste wedstrijd op het kunstgras (tegen Ready). De eindstand was 3-3 en Jesse Budel maakte het allereerste Achilleskunstgrasdoelpunt.

 

Terug naar boven

Nederlands Kampioenschap Achilles A1 te Goes, 11 maart 1990

Na een bloedstollende wedstrijd bij en tegen Fortuna (6-7 winst na een achterstand van 5-2 bij rust) werden de aspiranten van Achilles A1 kampioen van Rijndelfland.
Dit was het ticket om deel te nemen aan het NK Zaalkorfbal te Goes op 11 maart 1990.
De 14- en 15-jarige leerplichtige spelers van toen begonnen op de vrijdag voor het NK al met de voorbereiding. Toestemming van de diverse schoolleidingen was dus noodzakelijk.

’s Ochtends trainen in de Blinkerd te Scheveningen om het spel en schot vertrouwen te geven. Na deze ontspannen bezigheid konden we gedoucht en wel in De Vlonder genieten van de voor ons klaargezette lunch. Na het heerlijke middageten nog wat tactische mededelingen om vervolgens de nog steeds gevulde buikjes beter tot verbranden te doen zetten. Trainer/coach Harald Braakman had een ritje naar Kijkduin in gedachten om daar te gaan strandwandelen. Het werd echter een ‘strand’wandeling want er was namelijk op dat moment geen strand, de schuimende zee knabbelde beetje bij beetje wat van de duinrand af.

 Nadat de koppies lekker uitgewaaid waren, even een bakkie gedaan bij de Breughel, om weer naar de kantine terug te keren en nog wat wedstrijden te bekijken op video. ’ s Avonds een heerlijk 3 gangen diner genoten, het was zeer culinair, te denken valt aan gefrituurde lekkernijen met een frisdrankje. Als afsluiting van de avond bij Harald thuis de toen al klassieker “My Stepmother Is An Alien” gekeken om daarna het mandje op te zoeken.

Zaterdagochtend, 2 touringcars met zwart-wit gekleurde Achillianen reizen af om de luidruchtigste supporters van de dag te worden. De opzet van het NK: 4 ploegen spelen 2 keer 10 minuten tegen elkaar zonder rustpauze. De winnaar van deze poule speelt tegen de winnaar van de andere poule in de finale om te gaan uitmaken wie zich Nederlands Kampioen mag gaan noemen.

Onze eerste tegenstander was Rust Roest uit Eindhoven. In de 1e aanval Marit de Wit, Nicolien Plugge, Marcel Verkerke en Wouter Zoutendijk. In de 1e verdediging Barbara van Es, Cathelijne Groot, Rob Bakker en Mark Wiekenkamp. De reserves op de bank waren Kim de Niet, Barbara van Rijn, Frank Baars en Bas Harland. Na het eindsignaal een heerlijk gevoel, met 2-1 gewonnen door goals van Marcel en Wouter. Een wedstrijd die makkelijker gewonnen kon worden, maar dat zullen de zenuwen wel zijn geweest (2 strafworpen mis). Ouderwets tijdrekken heeft meegeholpen aan de 2 punten in de knip.

De tweede wedstrijd ging het gemakkelijker, Zwart Wit (uit, ik meen, Delden) werd met dezelfde opstelling aan Achilleskant opzij gezet met 5-2. Aanvankelijk leek de tegenstander eerst nog bij te blijven, maar al gauw was aan die illusie een einde gemaakt door goals van Nicolien, Marcel, Rob en Mark en Mark.

Nu deze zwakkere broeders verslagen te hebben werd het menens. Dos ’46 uit Nijeveen was de volgende opponent. Dat team was duidelijk sterker. Voor de opstelling aan onze kant werd daarom gekozen voor die van het hele seizoen, Mark en Wouter wisselden van vak. Gaandeweg de wedstrijd leek het erop dat het toernooi er voor ons opzat. We stonden geruime tijd op 2-1 achterstand, maar die werd binnen een minuut omgezet in een 3-2 voorsprong om vervolgens het (getrainde) tijdrekken weer toe te passen om ook deze zege veilig te stellen, goals van Marcel, Wouter en Mark.

De laatste poulewedstrijd, PKC uit Papendrecht moest verslagen worden om de finale te bereiken. We begonnen met een voorsprong, maar helaas bleek al snel dat PKC net een maatje te groot was. Niet dat de moed in de schoenen zakte, integendeel. Er werd tot het einde toe gevochten, maar het mocht niet baten. Verlies met 3-2 betekende uitschakeling op het NK. De goals van Mark en Marcel. De winnaar van de finale, lekker belangrijk, weet ik niet meer, ik geloof DVO. Wij gingen met het figuurlijke brons terug naar Den Haag.

Toen de ziekte erin, achteraf een geweldige ervaring. Al die mensen die ons steunden. Het publiek was geweldig. De toeter met accu die onophoudelijk bleef loeien en andere geluiden die ik niet op papier kan uitdrukken. Frits Broers die boven de menigte uitkwam om vanaf de tribune ook aanwijzingen te geven. Ed Arbouw op de bank als onze eigen verzorger. Trainingspakken van Achilles 1, om uniformiteit uit te stralen. Want ja, gedurende de hele zaalperiode liepen we warm in onze eigen kloffie, als enige team van de top 4. De kracht van het team van toen op het NK? De felheid die tot de laatste seconde te zien was, spelers en speelsters die elkaar aanmoedigden, maar ook konden incasseren.

Als laatste....het vastleggen van deze dagen op video door Harald en Ruud van Hagen om nog eens na te kunnen genieten, iets wat 17 jaar later best handig kan zijn als je een stuk over toen gaat schrijven. Mooi was die tijd.

Mark Wiekenkamp



Nederlands Kampioenschap Achilles J1 in Ahoy, Rorterdam, 21 maart 1992

JavaScript is uitgezet!
Om de content af te beelden, heb je een browser nodig die JavaScript ondersteunt.

De Ahoy-hallen in Rotterdam-Zuid zijn door mij vaak bezocht om concerten te beleven. Wat heb ik daar veel prachtige optredens beleefd: Rolling Stones, Supertramp, Rod Stewart, Tina Turner, Sting, Peter Gabriel …wat een lange rij ! Maar nog nooit was mijn beleving zo intens, als het optreden op 21 maart 1992 van Achilles J1.

In de aanloopwedstrijden naar deze grote apotheose ging ik best wel vaak tussen het publiek van de tegenstander van dat moment staan en bemerkte tot mijn genoegen, hoe de verbazing en angst voor de plotselinge bijna professionele opkomst van een club ontstond, die tot dan toe vooral bekend was door zijn geweldige en luidruchtige feesten.

Wie was toch “die kleine met die springveren in zijn kuiten en dat provocerende spelen?” (Marcel Verkerke). “Wijs eens die .... uhhhh die rebelse en gevaarlijke Zoutendijk eens aan”..... “Oh, dat ..... dat team met die twee lange slungels en die ene lange griet die alles afvangt”. (Rob/Mark/Petra).

Vaak vertelden mijn gymcollega’s dat korfbal geen èchte sport zou zijn, omdat vrouwen en mannen met elkaar in één team spelen. Nu, ik zag Annemarie onder de paal haar directe medespelers lichamelijk intimideren op een wijze zoals Wim van Hanegem dat kon in zijn triomfjaren. Maar ik zie ook Barbara en Nicolien en Scharda en Bas en Frank en Ilonka en Jürgen als allround atleten hun lichaam gebruiken en de bal het spel laten doen.

En dan is er natuurlijk Ton van der Laaken die als een nogal bekend scheidsrechter, nu ook een nogal bekend trainer wilde worden en werd. Doch, hij deed dat zeker niet alleen. Met onder andere Peter van Es en zeer vele zeker niet anonieme Achillianen werd DE AHOY op deze roemvolle zaterdag bij het1992_Ahoy_finale_junioren_284 start van de lente luidruchtig beheerst. De dag ervoor werd de finalestad al bezocht en er was zelfs een overnachting gesponsord in een ruim hotel. Een teambuilding kwam tot perfectie voor het grote moment. Het allergrootste moment tot dat ogenblik. Een supervolle superhal voor een super evenement.
1992_Ahoy_finale_junioren_285Toen de spelers de sportvloer betraden, dartelde Roy – onze eigen Achillesleeuw – alsmaar rondom de ring. Hier kwamen geen Leeuwenkrabbels meer, maar een toekomstig kampioen met stevige klauwen.

Het Deetos dweilorkest stimuleerde de sfeer steeds maar opnieuw met opwekkende blaasstukjes zoals “Ik ben vandaag zo vrolijk” het lied van Alfred Jodocus Kwak, de kleine eend die groots is in zijn overtuiging. Is dat een hommage aan die Achillianen die wilden winnen van het veel bekendere PKC? Had iemand mij niet gevraagd: “Zeg, waarom is Die Haghe niet in de finale?”. Nou gewoon, omdat ze niet hadden gewonnen in De Enk. In de krant wenste KVS hun Nicolien veel succes.

1992_Ahoy_finale_junioren_282De eerste helft van het finalespel was een tijd waar mijn eigen hart tot TGV-snelheid werd opgestuwd. Onze korte voorsprong – Wouter startte de punten met opgeheven gebalde vuist – werd zeer snel omgebogen tot uiteindelijk een 5–8 achterstand. Maar dan zie ik weer al die zwart/witten met hun rode gezichten met schitterogen en ze vonkten nog steeds een geloof in hùn overwinning uit. Wat een Leeuwenenergie straalde naar het team. Dubbel Zes wenste Scharda succes op een zeer duidelijk spandoek. Er golfde een wave over de tribunes.... alsmaar weer en alweer en nog ’n keer. En Harald moet dit, met nog een aantal Achiilianen die zich dachten te verpozen1992_Ahoy_finale_junioren_287 in de Alpen, voor altijd missen! Want .... Robbie scoorde 6–8 .... Marcel volgde met 7–8 ..... Mark (Wietenkamp, foutje, bedankt) bracht de gelijkstand 8–8 ..... Wouter er overheen 9–8 ! Het waren slechts enkele overrompelende minuten. Mijn hart regelde mijn hartslag terug naar een normaler tempo door een snel stijgend vertrouwen in de eindzege.

Wanneer ik later de band van deze momenten terugkijk, eigenlijk meerdere malen terugkijk, omdat ik er geen genoeg van kan krijgen, zie ik de totale betrokkenheid ook van de reservemensen. Zij zijn op hun bank – springend en juichend ook een bundel toelaatbare doping voor de vrienden in het veld.
1992_Ahoy_finale_junioren_033Het eindsignaal klinkt bij 11–10. “Dames en heren wilt u de zaal niet betreden alstublieft” klinkt er dwingend over de luidsprekers. Bijna 200 Achillianen blijken doof en vieren een uitbundig en toch wel korte overwinningsroes met de jonge helden en heldinnen. De jeugdbeker komt voor de allereerste maal binnen de Haagse stadsgrenzen en zal een jaar zijn te bewonderen aan het Pomonaplein. En daar, aan dat Pomonaplein davert in de nacht van 21 op 22 maart ergens in de vorige eeuw een grandioos en uitbundig club- en ook buurtfeest.

Op zondag was het overdag een milde stilte op en rond het oude versleten veld. Zacht wapperde een spandoek in de zachte bries: J1 BEDANKT !

Jawel, bedankt voor één van de heerlijkst spannendste wedstrijden uit mijn roerig leventje.

Herman Wiekenkamp

Terug naar boven

Achillesfilm 1922 - 1992

JavaScript is uitgezet!
Om de content af te beelden, heb je een browser nodig die JavaScript ondersteunt.

 

Frans Britzel

*  *  *

'Want de dood is altijd voor een ander'

Frans Britzel, verzetsstrijder én Achilliaan

Na wat speurwerk op Google, kwam ik erachter dat Thérèse Clay een boek heeft geschreven dat gaat over het fusilleren van tien verzetsstrijders op de spoorbaan tussen Den Haag en Delft op 7 oktober 1944. Frans Britzel was één van deze tien verzetsstrijders en de oom van de auteur. Waar zouden we zijn zonder Bol.com? Op een vrijdag besteld, de volgende ochtend lag het boek op mijn deurmat en zondag kon ik hem in mijn boekenkast zetten. Een meeslepend verhaal waarbij het dan toch wel bijzonder is om af en toe pasages over korfbal te lezen.

Uit het boek ‘want de dood is altijd voor een ander’ heb ik fragmenten uit de bewaard gebleven brieven (geschreven aan een neef) van Frans Britzel overgenomen. Met toestemming van uitgeverij Elmar BV in Rijswijk.

18 mei 1940     Een kennis van Pim uit Den Haag bracht me gisteren een briefje. Of ik a.u.b. morgen (vandaag dus) me in leiden wilde vervoegen aan het Rapenburg om ongeveer 12 uur. Dat heb ik natuurlijk gedaan. Op de fiets nog een beste trap, maar ’t viel te doen. Op Pim’s kamer waren al andere lui, nog twee studenten (Peter en Hans) en een verpleegster, Miriam..................................

We hebben de hele middag verhitte discussies gevoerd over wat we allemaal zouden kunnen doen. Soms ware de ideeën te gek voor woorden, maar langzamerhand kwam er wat lijn in. Sabotage van Duitse doelen leek ons een eerste vereiste. Het probleem was alleen hoe we aan materiaal moesten komen en wie ons kon leren hoe er mee om te gaan. Peter zei dat zijn oom, die beroepsmilitair is, misschien wel zouden helpen. ...............................

Maandag 20 mei     Wordt er bij jullie veel gediscussieerd over het vertrek van de koningin en de regering? Volgens mij is het een hele logische stap geweest. Ze zouden immers als gijzelaars van de mof veel slechter af zijn geweest?.............................

ScheveningenZaterdag 25 mei     Pim is naar Den Haag gekomen en we hebben met Hans en Ans (verloofde) Scheveningen ‘onveilig’ gemaakt. Alles leek zo heel gewoon, ik kreeg helemaal geen ‘oorlogsgevoel’. Hans had inderdaad zijn camera bij zich, maar toen Ans hem wees op een groepje Duitse soldaten stopte hij het ding toch maar gauw weg in zijn rugzak.

Prins Berhard
Prins Bernhard
Zaterdag 29 juni     Gewoon een korfbalwedstrijd gespeeld. Later met Victor en Chris op een terrasje gehangen. Alsof er niets veranderd is. De verjaardag van Prins Bernhard heeft wel wat mensen op de been gebracht, veel anjers gezien in nogal at knoopsgaten. Wat suf dat ik zelf niet heb gedacht aan zo’n simpele demonstratie voor het koningshuis.

Woensdag 3 juli     .......Alle niet-Arische vreemdelingen moeten zich melden. Miriam maakt zich grote zorgen dat het daar niet bij zal blijven. Ik ben bang dat ze gelijk zal krijgen.

Koningin Wilhelmina
Koningin Wilhelmina

Augustus     We mogen niet vlaggen voor onze Willemien, de 31e. Jammer dat ik geen oranje sokken of overhemd heb. Toch iets op verzinnen....................

Er zijn jongelui als landarbeider, vrijwillig naar Duitsland vertrokken. Hoe halen ze het in hun hoofd, de stommelingen....................

Met Chris en Victor gezeild. Was zeer plezierig en we hebben helemaal niet over de oorlog gesproken, alleen over korfbal, de competitie en zo. Er schijnt binnen de korfbalclub een stel te zijn dat een verzetsgroep op wil richten. Ik doe daar geloof ik maar niet aan mee. Als alles een beetje gaat lopen zal ik aan Leiden en Utrecht de handen vol hebben(hoop ik). Bovendien vind ik dat ze er niet zo openlijk over zouden moeten praten. ....................

Ergens in maart     Het is eigenlijk gek dat we vrolijk doorgaan met korfbaltrainingen en wedstrijden. Ik moet zeggen dat ik het ter ontspanning niet onprettig vind. Binnen de club gaan er stemmen op om, zolang de mof hier regeert, de club op te heffen. Maar het zal toch niet lang meer duren voor ook sportvermaak verboden zal zijn. Voorlopig klinkt de Duitse propaganda nog zeer pro sport en daar maken we dan maar gewoon gebruik van.............................

22 juni 1941     De inval in Rusland door de Duitsers is een feit. Ach, Napoleon indachtig zullen ze de Russiche winter niet overleven. Mooi zo! Hoewel, dat duurt nog maanden....................

Een persoonsbewijs (PB)
Een persoonsbewijs (PB)
Ik heb mijn persoonsbewijs gehaald en ben er direct mee naar Chris gegaan. Toen zijn moeder me in zijn kamer binnenliet bleek er al; bezoek te zijn, hetgesprek stotke opvallend plotseling. Toen Chris zag dat ik het was ontspande hij en stelde me voor aan André. Hij heeft met zijn zus een kamerverhuurbedrijf aan de Laan van Meerdervoort, zijn zus woont boven de zaak.....................

In verband met de ‘nieuwe orde’in de sport met Karel Lotsy als stuwende kracht, is met algemeen goedvinden onze korfbalvereniging opgeheven. Jammer, maar wel noodzakelijk. Wij willen immers niet mee doen aan de nieuwe orde...................................

(Harald: In eerste instantie vermoedde ik dat Frans Britzel lid was van ODI -Ontspanning door Inspanning-, de club die verscheidene Joodse leden telde en om principiële redenen besloot tot opheffing. In september 1941 werd de afdeling Den Haag van de Nederlandse Korfbal Bond namelijk gedwongen haar Joodse leden, onder wie zeer oude getrouwen, uit te sluiten. ODI was van oorsprong een scholierenclub, destijds opgericht door de H.B.S. aan de van den Boschstraat. Bron: 50 jaar Haagse KorfbalBond 1919-1969. Na Thérese Clay gesproken te hebben bleek dit niet O.D.I. te zijn maar korfbalvereniging de IJsvogels waar Frans lid van was.Op internet heb ik daar niet veel over kunnen vinden, behalve dan dat de heer W.A. Pleisier deze vereniging heeft opgericht en in 1959 de christelijke korfbal vereniging N.I.O in Rotterdam oprichtte. Dat wordt nog een keer speuren in het archief van de Haagse Korfbal Bond / Rijndelfland dat nu vast is ondergebracht bij het district Noord West).

Enkele dagen later     Binnen de club zijn eindelijk beslissingen gevallen. Er is een zogenaamd dagelijks bestuur dat eventuele acties coördineert en de club is in kleinere groepen opgedeeld. Er zal ook niet meer gezamenlijk vergaderd worden. Ik ben ingedeeld bij een groepje dat overvallen op wapendepots en distributiekantoren moet voorbereiden. We willen ook zo gauw mogelijk aan Duitse uniformen zien te komen.........................

Ik kreeg van het bestuur te horen dat het beter zou zijn wanneer ik me zou aansluiten bij een korfbalclub die wel blijft spelen in de competitie onder de nieuwe orde. Ben ik niet blij mee maar ik zie de logica er wel van in. Zolang ik me zogenaamd neutraal opstel zal ik minder last hebben van vragen van buitenstaanders of binnen de kennisenkring. Ik heb me inmiddels bij een andere korfbalploeg laten inschrijven. Ik heb een proeftraining meegedaan en ben ingedeeld in het eerste..........

(Harald: Heeft Frans na zijn vertrek bij de IJsvogels dan ook nog even bij een andere club in Den Haag gekorfbald? Want bovenstaand fragment uit een brief is in 1941 geschreven en op 9 juni 1943 werd hij lid van Achilles en kreeg lidnummer 547. Thérèse Clay mailde mij dat zij hier nog eens over had nagedacht. Frans heeft op een gegeven moment een rugkwaal gefingeerd - dat had te maken met de Nederlandse Arbeids Dienst en is ook te lezen in het boek - en deze rugkwaal moest ook zogenaamd weer genezen. Meteen weer gaan korfballen, dat kan te opvallend zijn. In ons gesprek liet Thérèse mij onder andere weten dat Frans te weinig tijd had om in het eerste te spelen vanwege zijn werkzaamheden. In de Leeuwenkrabbels van 1943 en 1944 is Frans terug te vinden als speler van het tweede. Het is dus waarschijnlijk dat Frans na het vertrek bij de IJsvogels uiteindelijk pas op 9 juni 1943 weer lid werd van een korfbalvereniging, Achilles dus).

Met Utrecht ben ik overeengekomen dat ik me niet aan de oproep voor de Arbeidsdienst zal ontrekken. Ik heb er niet echt veel zin in, maar het kan eventueel later mooi als dekmantel gebruikt worden.............................Van de korfbal- en andere vrienden hoop ik dat ze zelf snugger genoeg zijn om te snappen dat ik niet werkelijk voor m’n lol ga. We zullen zien...............................

Bosjes van Poot
Bosjes van Poot

Zaterdag     ..........Iemand heeft gepraat tijdens ondervraging. Als ik bedenk wat hij moet heben doorgemaakt tot ze hem zover hebben gekregen. Het resultaat is echter wel veel arrestaties. De prof en Pim zijn ook gepakt. Pim heeft nog geprobeerd om door het wc-raampje weg te komen, maar zag er vanaf toen hij merkte dat de tuin eronder een te diepe sprong betekende. Had hij het toch maar gedaan. Alex is inmiddels gefusilleerd en ik ben bang dat Pim geen ander lot beschoren zal zijn.................

........Er wordt weer gesproken over de liquidatie van P. Iemand zei: "Zijn liefde voor zijn vrouw is groter dan zijn verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van ons". Wel, dat vind ik nogal logisch, maar dat hij niet gehandhaafd kan blijven is ook duidelijk. Er is besloten hem zo snel mogelijk te liquideren. Ik vroeg me hardop af of wij op die manier wel voor God mochten spelen. Peter zei: "Maar als we het niet doen spelen we ook voor God, want zijn blijven leven betekent waarschijnlijk de dood voor vele anderen". Ik weet dat hij gelijk heeft, maar iemand in koelen bloede neerschieten, iemand die je kent als een van de eersten die fel in verzet kwam tegen de mof? We zijn even oud.................

.............Toen ik ze aan zag komen wist ik dat ik het niet kon. Iemand in zijn gezicht kijken en de trekker overhalen. Mijn hand krampte om het pistool. Ik liep ze zonder groet voorbij en probeerde Peter’s wanhopige blik niet te zien. Toen ik ze net voorbij was draaide ik me om en schoot P. in de rug. Het was niet genoeg. Hij viel wel, maar was niet dood. Heel kalm haalde Peter een pistool uit zijn zak en maakte het karwei af. Ik was doorgelopen en na een paar minuten haalde Peter me in. Hij gaf me een klap op mijn schouder en zwijgend liepen we door, de Bosjes van Poot uit................

Maart 1943, vrijdagavond     Ik werk nu in de Goudenregenstraat bij de distributiedienst en hoop zoveel mogelijk bonkaarten te kunnen ‘organiseren’ zonder dat het al te veel opvalt. Er worden hier ook persoonsbewijzen verstrekt en als het goed is moet ik toch een flink aantal lege pb’s kunnen bemachtigen............

Bonkaarten
Bonkaarten

(Harald: De toenemende oorlogsdreiging in de jaren dertig was voor de Nederlandse overheid voldoende aanleiding om instanties in het leven te roepen die speciale wettelijke bevoegdheden kregen. De spil van het distributie- en rantsoeneringsysteem was het in Den Haag gevestigde Centraal Distributie Kantoor, dat belast werd met alle mogelijke distributiemaatregelen waar kleinhandelaren en consumenten mee te maken konden krijgen. De uitvoering werd in handen gelegd van de plaatselijke distributiediensten. Voor Den Haag betekende dit in 1939 de oprichting van de Haagsche Crisis- en Distributiedienst, gevestigd in de Goudenregenstraat. Bron: Koen van Wijk, ‘alles op de bon’).

April 1943     De kranten staan bol van de ‘terroristische aanslag’ op het bevolkingsregister in Amsterdam. De kerels die dat geflikt hebben zou ik graag de hand drukken!!! Hopelijk is de ravage enorm. Het zou eigenlijk met alle bevolkingsregisters moeten gebeuren. Tjonge wat zal de mof er de pest in hebben.......

Gister werd er een straatrazzia verwacht dus kon ik niet naar buiten. Toen de brieven maar gelezen. Ik ben wel raar bezig aangaande veiligheid (voor als ze dit schrijfwerk vinden). Ik noem wel namen maar over de acties van de groep(en) rep ik met geen woord. Misschien toch maar gaan doen, al was het maar voor het nageslacht...............

Augustus 1944     Ik ben zo moe. Peter is gearresteerd. Hoe moeten we nog door? Het lijkt me bijna een opluchting wanneer ik opgepakt zal worden. Ik kan er soms met verlangen naar uitzien. Eindelijk niet meer vluchten, zo vaak wisselen van adres. Niet meer liegen, niet meer een ander spelen, niet meer anderen in gevaar weten of brengen. Gewoon weer Frans heten. Hoewel steeds gevaarlijker moet ik doorgaan met schrijven anders ontplof ik......................

September 1944     Het bonnenadres van André’s zus is veel te bekend. Volgende week wordt een nieuw adres betrokken. Maar ik heb er geen gevoel bij. Dat nieuwe huis hoort niet bij mij. Ik voel alsof ik afscheid heb genomen..................

Het was op het nippertje (....) geen moeite meer met dit soort acties(.....) tot onze grote spijt stortte niets met donderend geraas in (.......) Na geroep van de overkant liep de hele groep over de rails naar de kameraden. Toen ze bijna aan de overkant waren, slopen Leo en ik behoedzaam weg. Leo wilde nog zorgen voor de ontploffingen, maar ik siste hem toe of hij soms levensmoe was. Zo’n lange draad hadden we niet en de mof zou na onze eerste ontploffing de mitrailleurs langs beide kanten van de brug leegschieten. Een beetje risico is te overzien, maar dit zou gekkenwerk zijn. We kwamen behouden bij de auto aan, waar Theo en Klaas al waren, lichtelijk geschokt. Eerst durfde niemand de auto te starten, maar Theo was het eerst bij zinnen en reed de auto zonder lichten zachtjes weg.................

Ik ga zo nog even, via de achterdeur, bij moeder kijken en dan naar ‘kantoor’ om te zien of de beloofde zending bonkaarten er al is. Met die grote spoorwegstaking hebben we zoveel nodig. Het is nauwelijks meer bij te benen. (Harald: dit is de laatste zin uit de laatste brief van Frans Britzel. De zus van Frans leeft overigens nog, zij is de moeder van Thérèse Clay.)

*  *  *

Het verraad

Op vrijdag 29 september 1944 werd een groep verzetsstrijders opgepakt bij een inval aan de Laan van Meerdervoort 415 a. Verraden door Anton Veugel, een zogenaamde verzetsman die voor de Sicherheitsdienst werkte. Deze verrader, een SS’er en twee Duitse soldaten arresteerden tien personen, waaronder Frans Britzel. De verrader bleek na de oorlog uiteindelijk verantwoordelijk te zijn geweest de dood van vele verzetsstrijders. Hij kreeg levenslang maar zou slechts zeventien jaar verblijven in de strafgevangenis in Breda. Hij woonde vlak over de grens in Duitsland en heeft nog tot 1999 geleefd en speelde nog elke week een potje bridge met 'die alte Kameraden'.

Aan het Haantje bij de spoorwegovergang tussen Rijswijk en Delft zijn op 7 oktober 1944 tien mannen gefusilleerd als vergelding voor een sabotageactie op deze spoorbaan door het verzet. De tien slachtoffers waren de tien Haagse verzetsmensen die een week voor de fatale datum waren gearresteerd. Zij hadden niets te maken met de sabotage aan de spoorlijn.

Het ooggetuigenverslag

De auteur van het boek is er uiteindelijk in geslaagd om een ooggetuige op te sporen die de executie van de tien verzetsstrijders heeft gezien.

“Zaterdagmiddag 7 oktober 1944 was ik met mijn vader op weg om melk te halen bij de boer. Ik woonde al een tijdje bij hem met mijn zoontje, omdat mijn man in een kamp in Duitsland zat, veroordeeld als een van de Geuzen.

Mijn broer woonde ook nog bij mijn vader en lag al maanden in de voorkamer op bed, omdat hij een lelijk ongeluk had gehad.

Mijn vader en ik liepen richting spoorwegovergang. De avond ervoor was er sabotage geweest aan de spoorbaan, en al uit de verte zagen we, tot onze grote vreugde, dat de schade aanzienlijk was. Toen we bijna bij de overweg waren, kwamen er van achter ons een Van Gend & Looswagen, een open vrachtwagen en een rode personenauto hard aanrijden. De soldaten in de Van Gend & Looswagen en die in de vrachtwagen floten en zwaaiden naar me. De soldaten in de vrachtwagen waren heel raar opgesteld. De twee voorste op hun knieën, daarachter twee op hun hurken en daar achter twee staand. Ik weet niet waarom, maar het zag er vreemd uit. In de personenauto twee hoge officieren en een man in een gewoon pak. De Van Gend & Looswagen reed over de overweg, keerde daar en werd valk bij de rails gezet. De vrachtwagen werd op de rails gezet en de chauffeur probeerde te keren, maar een van de wielen zakte weg tussen de bielzen.

Uit de Van Gend & Looswagen en de vrachtwagen kwamen een heleboel soldaten, die lachend en soms vloekend hielpen de andere wagen te keren. In de vrachtwagen zagen we mannen, op hun knieën, de handen op de rug gebonden. Mijn vader en ik wilden langs de auto’s lopen, maar we werden teruggestuurd. Aan de andere kant van de overweg zag ik een vriend van mijn broer aan komen fietsen, maar hij werd ook teruggestuurd. Net als wij heeft hij zich vlakbij achter een dikke boom verscholen.

De geboeide mannen werden uit de vrachtwagen gehaald, en we snapten natuurlijk wat er ging gebeuren, maar we liepen niet weg, iets dwong ons om te blijven kijken. Ik zag de mannen en dacht: ”O, God, wat zijn ze nog jong.” Een van hen kan niet ouder dan achttien zijn geweest.

Vijf van hen werden op enige afstand van elkaar tussen de rails gezet, de anderen moesten op de overweg blijven staan.

De soldaten stelden zich op en legden aan. Een van de vijf mannen op de overweg begon te zingen en bleef zingen toen zijn vrienden werden neergemaaid. De andere vijf moesten nu tussen de lijken in gaan staan.

Daarom waren de eerste vijf natuurlijk zo ver uit elkaar gezet. Het was allemaal van tevoren uitgedacht, dat voelde ik, dat zag ik en nooit meer vergeet ik de precisie waarmee de mannen werden opgesteld. Alsof dat nog belangrijk was. De ene man zong nog steeds. De soldaten legden weer aan en hebben toen de mitrailleurs werkelijk leeggeschoten. Wij werden nog bijna geraakt, toen een kogel op de boom, waar wij achter stonden, ketste en in de sloot verdween.

Nu stapten de hoge omes en de man in het gewone pak uit de rode personenauto. Ze gingen bij de lichamen kijken, zeker om te zien of de jongens echt dood waren. Kennelijk tevreden stapte iedereen weer in en de auto’s vertrokken. Ik denk dat het alles bij elkaar nog geen kwartier heeft geduurd.

De vriend van mijn broer kwam aangefietst, mijn vader en ik waren richting spoordijk gelopen. Samen met de jongen zijn we nog gaan kijken. Ik wilde weten of er misschien niet toch nog een van hen leefde. Ik heb ze op het voorhoofd gevoeld, alle tien. Ze waren nog warm. Ik vond het zo vreselijk om ze daar te moeten laten liggen.

’s Avonds begon het heel hard te regenen en ik heb mijn vader gesmeekt om me te helpen de lichamen bij ons in de voorkamer te leggen. Maar hij zei: “Meïsje, dan krijgen wij ook de kogel.” Hij had gelijk natuurlijk, maar ik vond het ontzettend om die jongens daar te laten liggen in de stromende regen. Toen zijn we met een buurman de lichamen gaan toedekken met stukken zeildoek.

Vlak daarna kwam er een politieauto bij ons langs om te vragen of mijn vader wilde helpen de jongens te vervoeren. De Duitsers hadden opdracht gegeven om ze te laten liggen tot zondagmiddag twaalf uur, maar de commissaris van politie van Rijswijk had gezegd ze te halen voor een gewonen begrafenis. Ze hebben de lichamen op een handkar gelegd, mijn vader vond toen nog twee brillen en moest die van de politieman bewaren. Een buurjongen is de kar stiekem gevolgd en heeft gezien hoe die naar een hoekje van de begraafplaats werd gereden, daar stonden al tien kisten klaar. De commissaris was er zelf ook, met nog een paar lui van de politie. Die moesten de gezichten van de jongens schoonmaken en toen werden de hoofden van de tien een voor een opgetild om een foto te maken. Voor de familie, hoorde ik later. Toen zijn ze in de kisten gelegd en begraven.

Een week of twee later kwam een oom van een van de jongens omdat hij gehoord had dat mijn vader brillen had gevonden, hij wilde de bril van zijn neef graag meenemen. Ik zie hem nog staan, een meneer met een hele dure jas, de bril in zijn handen. Hij kon niets zeggen, heeft zich omgedraaid en is zo weggelopen.”

Cederstraat 63, het ouderlijk huis

Cederstraat 63, het ouderlijk huis  Cederstraat 63, het ouderlijk huis  Cederstraat 63, het ouderlijk huis
Cederstraat 63, het ouderlijk huis  Cederstraat 63, het ouderlijk huis  Cederstraat 63, het ouderlijk huis

Laan van Meerdervoort 415, het verraad en de inval

Laan van Meerdervoort 415, het verraad en de inval  Laan van Meerdervoort 415, het verraad en de inval  Laan van Meerdervoort 415, het verraad en de inval  Laan van Meerdervoort 415, het verraad en de inval
Laan van Meerdervoort 415, het verraad en de inval  Laan van Meerdervoort 415, het verraad en de inval  Laan van Meerdervoort 415, het verraad en de inval  Laan van Meerdervoort 415, het verraad en de inval

Oud Rijswijk, begraafplaats van de tien verzetsstrijders

Oud Rijswijk, begraafplaats van de tien verzetsstrijders  Oud Rijswijk, begraafplaats van de tien verzetsstrijders  Oud Rijswijk, begraafplaats van de tien verzetsstrijders  Oud Rijswijk, begraafplaats van de tien verzetsstrijders
Oud Rijswijk, begraafplaats van de tien verzetsstrijders  Oud Rijswijk, begraafplaats van de tien verzetsstrijders  Oud Rijswijk, begraafplaats van de tien verzetsstrijders  Oud Rijswijk, begraafplaats van de tien verzetsstrijders

Oorlogsmonument in Rijswijk

Oorlogsmonument in Rijswijk  Oorlogsmonument in Rijswijk  Oorlogsmonument in Rijswijk

Aan het Haantje bij de spoorwegovergang zijn op 7 oktober 1944 Frans Britzel en negen andere mannen gefusilleerd als vergelding voor een sabotage actie op deze spoorbaan door het verzet. De tien slachtoffers waren Haagse verzetsmensen die een week voor de fatale datum waren gearresteerd. Zij hadden niets te maken met de sabotage aan de spoorlijn. Er is een oorlogsmonument opgericht voor de tien verzetsstrijders.

Bronnen, locaties en informatie:

Harald Braakman, december 2009

Terug naar boven

 

Onze Sponsors