| Historie Achilles |
|
Om u een iets beter beeld te schetsen van de voor u wellicht onbekende korfbalvereniging Achilles, volgt hieronder wat achtergrondinformatie over deze club uit de aantrekkelijke Vruchtenbuurt in Den Haag. Een club met een indrukwekkende geschiedenis. Opgericht op 1 oktober 1922 vierde de vereniging in 2007 zijn 85-jarig bestaan. Achilles is een gezonde korfbalclub met momenteel een ledental van rond de 310 leden. Korfbal en Achilles, Achilles en korfbal, het hoort bij elkaar. Echter, met de komst van het kunstgrasveld, wordt er nu ook dagelijks getennist bij de zwart-witte (onze clubkleuren) Leeuwen (de bijnaam van Achilles in de korfbalwereld). In samenwerking met de gemeente hebben de plannen van Achilles, om een duidelijkere buurtfunctie te krijgen, gestalte gekregen. De gemeente heeft onder andere een jeu de boules-baan aangelegd en Koninginnedag 2002 werden een skatebaan en een ‘playground’ officieel in gebruik gesteld door wethouder Stolte. Niet alleen ons sportpark is een bezoek waard, ook het korfbalterras aan het water (als enige korfbalclub in Nederland, voor zover wij weten) mag u niet missen!
Kostbaar erfgoed, waard om te behouden Onze naam: Achilles Toen op 1 oktober 1922 ten huize van Rut van der Veen het principebesluit viel een eigen korfbalclub op te richten, was er nog niet serieus nagedacht over een clubnaam. Toen vier weken later, weer op een zondagavond, maar nu ten huize van Theo Lange, de puntjes op de i moesten worden gezet, loste het probleem zich snel op. Rut kwam spontaan met de naam ACHILLES en alle andere oprichters en oprichtsters vonden het prima! Kop van een Achillespees uit 1935, toen het nog een maandblad was en Achilles tijdelijk 'SELLICHA' heette
Enfin, in 1935 – ter gelegenheid van ons 12 ½ jarig bestaan – kregen we heel genereus van de voorzitter van de NKB onze echte naam weer terug.
Ons tenue: Zwart/Wit
Ons krantje: Leeuwenkrabbels
In de lay-out hebben sommige redacteuren wel eens gedwaald. Het krantje van vandaag ziet er overigens weer geheel uit als het oorspronkelijke ontwerp (redactie: Fred Broers schreef dit in 1986, de lay-out wijkt nu wel af van het oorspronkelijke ontwerp).
Ons wapen: De A met leeuw
De leeuw slaat eigenlijk nergens op. Het is later nooit meer gelukt te achterhalen waarom die keuze werd gemaakt. Ons wapen siert als vignet nog steeds ons briefpapier en prijkt ook wekelijks boven ons krantje, zij het dat de leeuw daar een toorts in z’n voorpoot heeft meegekregen om de “krabbels” te schrijven.
Ons embleem (op het shirt) Ons embleem is niet zo oud. Het dateert van ongeveer 1965 en is bedacht door Thea Springer-Kamstra. Het stelt geheel ons wapen voor, maar is zodanig uitgevoerd dat het – mits goed op het shirt aangebracht – precies contrasteert met de achtergrond. De enen helft wit op zwart, de andere helft zwart op wit. Het blijft een zorg om alle spelers zover te krijgen dat ze het embleem even op hun shirtje naaien, hooguit een kwartiertje werk. (redactie: inmiddels is het embleem standaard op een mouw geprint).
Ons fluitje Via oud-lid Peter Wapenaar ontvingen wij het Achillesfluitje op notenschrift. Hij staat er niet voor in dat het exact juist is. Het is namelijk een door hem gefloten versie die door een vriendin is opgetekend is in notenschrift waarbij de piano een hulpmiddel was. Als ik ergens op straat Annie van der Laaken zou ontwaren, zonder dat ze mij zag en ik de hierboven afgebeelde zes noten zou fluiten weet ik absoluut zeker dat zij als genageld zou stil staan en de omgeving zou afspeuren naar de Achilliaan die haar kennelijk had gezien. Het Achillesfluitje is dus een soort interne code voor Achillianen onder elkaar. Ik ben er niet zeker van dat ook thans alle adspiranten, pupillen en welpen en andere jongere leden het fluitje kennen. Dat is jammer, maar te verhelpen. Zie het notenschrift. Het is bijna zeker dat Wim Fortanier het fluitje heeft bedacht en wel al voor de oorlog. Het is een ietwat versnelde versie van de eerste versregel van het refrein van de Marseillaise, het Franse volkslied (oorspronkelijk strijdlied voor het leger) en wel de regel “aux armes, citoyens”(=burgers, te wapen). Wim Fortanier wakkerde Achilles altijd aan tot grotere strijdlust jegens de vijand (de tegenstanders dus) en de keuze van de melodie klopt hier wel mee.
Onze yell Loop, spring, vang, schiet, stel goed op Dit strijdlied kennen we allemaal en is heel wat karakteristieker voor Achilles dan “op ‘n slof en een oude voetbalschoen….” De auteur van deze yell is vrijwel zeker Marie Stempels-Piët. Vast staat dat de yell ook al van voor de oorlog dateert.
Naschrift
Harald Braakman 85 Jaar Achilles ledengeschiedenis Feiten, goochelen met cijfertjes, statistieken.......heeeerlijk!!! Vijf jaar geleden schreef ik naar aanleiding van de aanmelding van het 2.500e lid van Achilles een artikel dat in twee edities van de Leeuwenkrabbels werd gepubliceerd. We zijn nu ruim vijf jaar verder en vele nieuwe Achillianen rijker. Graag maak ik in deze speciale editie van de Achillespees gebruik van de informatie uit 2002, tenslotte hebben we sinds de huldiging van ons 2.500e lid alweer een kleine 200 leden welkom geheten (en sommigen ook weer uitgezwaaid). Ken je club, ken de geschiedenis. Misschien moeten we in de toekomst maar eens de Grote Achilles Geschiedenis Quiz gaan organiseren! Ik neem de vrijheid om de ledengeschiedenis te combineren met een aantal andere wetenswaardigheden. Een nieuw hoogtepunt in de geschiedenis van Achilles werd bereikt op 10 april 2002. Op 1 oktober 1922 waren er negen jongelui bijeengekomen op de Ieplaan 85 A in Den Haag en richtten ‘ons cluppie’ op. Hoe ging die oprichting nou precies in zijn werk en hoe komen wij bijvoorbeeld aan onze naam? Erelid Fred Broers schreef op 8 maart 1986:
Daphne de Groot, het 2.500e Achilles-lid!
De eregalerij De lidnummers 2 t/m 9 komen overigens niet voor in het ledenbestand. De reden is vrij simpel, de negen oprichters staan genoteerd onder de lidnummers 1a t/m 1i. Aangezien dit artikel u in vogelvlucht meeneemt door de ledengeschiedenis van onze club, mogen de namen natuurlijk niet ontbreken! De negen jongens en meisjes die er verantwoordelijk voor zijn dat wij in onze zwart-witte tenues al bijna 80 jaar Achilles vertegenwoordigen zijn: Naamsverandering Als ik dan toch bezig ben met de clubgeschiedenis, is het misschien wel aardig om een schokkende mededeling te doen voor, naar ik vermoed, een grote groep nieuwelingen. De naam Achilles mochten wij zes jaar lang niet gebruiken! Nou denkt u vast “Wat is dat nou weer voor een onzin?”. Ik citeer wederom Fred Broers:
Bijzondere lidnummers
Hoeveel Achillianen kregen wij er in een periode van 10 jaar steeds bij? Nu volgt een overzicht van het aantal personen (2670) dat lid werd in een periode van 10 jaar. 1922-1931 234 Interessant! Annie van der Laaken-Harmsen (lidnummer 415) is op 10 april 1940 lid geworden van Achilles, dat betekent dat zij van alle huidige leden de meeste Achilles-jaren achter haar naam heeft staan.Op twee staat Ben Zoutendijk (lidnummer 474), lid geworden op 12 juni 1941. De derde plaats wordt ingenomen door Ton Hoogwater, hij werd lid op op 13 november 1946 en heeft lidnummer 674. Op 16 oktober 2008 overleed onze erevoorzitter Hans Broers (lidnummer 362). Op 11 november 1937 werd hij lid van Achilles. Bijna 71 jaar (een record) was hij lid van Achilles. Met name tot en met 1970 zijn in het Grote Leden Boek extra gegevens van de leden genoteerd (inmiddels houdt ondergetekende dat bij), dat varieert van iemand die voor de tweede, derde, vierde (Lies Hebels) en zelfs zesde keer lid werd (Greetje Zoutendijk) tot en met emigratie (bijvoorbeeld John Moulijn en Gretie Moulijn-Brouwers naar de USA, Kees Kelly naar België, Mandy, Sandra en Mike van de Roest naar de USA, Marga van der Kooij naar België, Lies Schoemaker naar Canada, Peter Wapenaar naar Spanje, Kees Vermeulen naar Spanje maar inmiddels weer terug in Nederland, Nathalie Braakman naar Brunei, Syrië en nu Qatar). Maar het meest in het oog springend is toch wel de korte vermelding over Frans Britzel, lidnummer 547, geboren op 13 september 1920 en op tijdens de Tweede Wereldoorlog Achilliaan geworden (op 9 juni 1943). Op 29 of 30 september 1944 werd hij gearresteerd. Frans Britzel werkte bij de ondergrondse en was betrokken bij een spoorwegoverval. Tragisch kwam hij aan zijn einde, op 7 oktober 1944 werd hij door de bezetter gefusilleerd. Hermans Duns, lidnummer 171, was ooit voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Korfbal Bond. Ter ere van Annie van Deventer wordt op de JAV de naar haar vernoemde beker uitgereikt aan een persoon of commissie die zich in het verenigingsjaar buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt of een bijzonder prestatie hebben geleverd. Annie (lidnummer 588) was de echtgenote van Pim (werd lid op 12 mei 1943, lidnummer 538) en werd lid op 14 juni 1944. Zij overleed 5 januari 1967.
Goud, zilver, brons en eervolle vermeldingen Ik ben eens gaan speuren naar ‘waar hebben we er de meeste van’? Achternamen, voornamen en straten. Wat betreft de straatnamen teken ik wel aan dat het ledenbestand zeker niet compleet is, vanaf de zestiger jaren werd dit consequenter bijgehouden. En van oud-leden weten we in de meeste gevallen niet of ze nu ergens anders wonen, daar staat dus nog het eerste adres vermeld ten tijde van het lid worden. Met het oog op de viering van het 75-jarig jubileum is de jubileumcommissie destijds fanatiek aan de slag gegaan om oud-leden op te sporen. Maar deze schoning is inmiddels alweer ruim 10 jaar geleden. Voor het 85-jarig jubileum is Inspector Columbo ook weer aan de slag gegaan, het heeft wederom zijn vruchten afgeworpen. Wat betreft het achternamenklassement, dames let op, jullie zijn geregistreerd met de achternaam toen je lid werd, Anneke Zoutendijk staat dus als Anneke Nolten in de boeken. Was dit in de ledenadministratie gewijzigd in Zoutendijk, dan had zij nu een bronzen plak gehad. In de categorie ’meest voorkomende achternamen’
Overigens aardig om te zien dat er namen zijn die na de jaren zestig/zeventig weinig meer door de trotse ouders aan hun wolk van een zoon of dochter werd gegeven (Elly, Corry, Mien, Netty, Loes, Herman, Piet, Willy, Jan en Kees bijvoorbeeld). De absolute kampioen In de categorie ’meest voorkomende straten’
John Frederikstadt Kent u hem? Hij was geen lid van Achilles, nee, John Fredrikstadt is de vader aller voetbalstatistici in Nederland. Een voorbeeld voor ondergetekende en op zijn manier heb ik nog wat gegevens uit het ledenbestand nader bekeken en er soms een eigen interpretatie op los gelaten.
Een ‘up to date’ ledenbestand! Veel dank is verschuldigd aan Han Ravoo, John Moulijn en Fred Broers, zij hielden op magnifieke wijze het ledenbestand bij. De kaartenbak van Martin Knoppert hielp ons enorm bij de 80’er en 90’er jaren. Ter gelegenheid van het 75-jarig jubileum heeft de jubileumcommissie alle schriftelijke gegevens geautomatiseerd, een heidens karwei dat werd verricht door Roel Westgeest, Michel Linse en o.g. Ik vermoed dat Achilles een unieke ledenadministratie heeft die je niet bij alle korfbalclubs tegenkomt. En wij willen deze administratie ook goed bijhouden dus bij deze het verzoek aan een ieder die dit artikel leest........blijf de club informeren over wijzigingen die van belang zijn voor ons ledenbestand. Ik spreek uit ervaring als ik zeg dat het organiseren van een oud-leden reünie veel tijd kost. Hoe beter de administratieve gegevens hoe meer mensen van de partij kunnen zijn tijdens de volgende jubilea. Tot slot....er is een Archief Commissie in oprichting die het culturele Achilles erfgoed gaat bewaken! December 2007, Harald Braakman
Introductie Het Achilles veld staat centraal….we gaan terug naar 1936 en belanden via de Tweede Wereldoorlog en de jaren 50 uiteindelijk in het heden.
Pomona klinkt veel netter!
Achilles onderdak
Nederlands Kampioenschap Achilles A1 te Goes, 11 maart 1990
Nadat de koppies lekker uitgewaaid waren, even een bakkie gedaan bij de Breughel, om weer naar de kantine terug te keren en nog wat wedstrijden te bekijken op video. ’ s Avonds een heerlijk 3 gangen diner genoten, het was zeer culinair, te denken valt aan gefrituurde lekkernijen met een frisdrankje. Als afsluiting van de avond bij Harald thuis de toen al klassieker “My Stepmother Is An Alien” gekeken om daarna het mandje op te zoeken.
Vaak vertelden mijn gymcollega’s dat korfbal geen èchte sport zou zijn, omdat vrouwen en mannen met elkaar in één team spelen. Nu, ik zag Annemarie onder de paal haar directe medespelers lichamelijk intimideren op een wijze zoals Wim van Hanegem dat kon in zijn triomfjaren. Maar ik zie ook Barbara en Nicolien en Scharda en Bas en Frank en Ilonka en Jürgen als allround atleten hun lichaam gebruiken en de bal het spel laten doen. En dan is er natuurlijk Ton van der Laaken die als een nogal bekend scheidsrechter, nu ook een nogal bekend trainer wilde worden en werd. Doch, hij deed dat zeker niet alleen. Met onder andere Peter van Es en zeer vele zeker niet anonieme Achillianen werd DE AHOY op deze roemvolle zaterdag bij het Het Deetos dweilorkest stimuleerde de sfeer steeds maar opnieuw met opwekkende blaasstukjes zoals “Ik ben vandaag zo vrolijk” het lied van Alfred Jodocus Kwak, de kleine eend die groots is in zijn overtuiging. Is dat een hommage aan die Achillianen die wilden winnen van het veel bekendere PKC? Had iemand mij niet gevraagd: “Zeg, waarom is Die Haghe niet in de finale?”. Nou gewoon, omdat ze niet hadden gewonnen in De Enk. In de krant wenste KVS hun Nicolien veel succes. Wanneer ik later de band van deze momenten terugkijk, eigenlijk meerdere malen terugkijk, omdat ik er geen genoeg van kan krijgen, zie ik de totale betrokkenheid ook van de reservemensen. Zij zijn op hun bank – springend en juichend ook een bundel toelaatbare doping voor de vrienden in het veld. Op zondag was het overdag een milde stilte op en rond het oude versleten veld. Zacht wapperde een spandoek in de zachte bries: J1 BEDANKT ! Jawel, bedankt voor één van de heerlijkst spannendste wedstrijden uit mijn roerig leventje. Herman Wiekenkamp
* * * 'Want de dood is altijd voor een ander' Frans Britzel, verzetsstrijder én Achilliaan Na wat speurwerk op Google, kwam ik erachter dat Thérèse Clay een boek heeft geschreven dat gaat over het fusilleren van tien verzetsstrijders op de spoorbaan tussen Den Haag en Delft op 7 oktober 1944. Frans Britzel was één van deze tien verzetsstrijders en de oom van de auteur. Waar zouden we zijn zonder Bol.com? Op een vrijdag besteld, de volgende ochtend lag het boek op mijn deurmat en zondag kon ik hem in mijn boekenkast zetten. Een meeslepend verhaal waarbij het dan toch wel bijzonder is om af en toe pasages over korfbal te lezen. Uit het boek ‘want de dood is altijd voor een ander’ heb ik fragmenten uit de bewaard gebleven brieven (geschreven aan een neef) van Frans Britzel overgenomen. Met toestemming van uitgeverij Elmar BV in Rijswijk. 18 mei 1940 Een kennis van Pim uit Den Haag bracht me gisteren een briefje. Of ik a.u.b. morgen (vandaag dus) me in leiden wilde vervoegen aan het Rapenburg om ongeveer 12 uur. Dat heb ik natuurlijk gedaan. Op de fiets nog een beste trap, maar ’t viel te doen. Op Pim’s kamer waren al andere lui, nog twee studenten (Peter en Hans) en een verpleegster, Miriam.................................. We hebben de hele middag verhitte discussies gevoerd over wat we allemaal zouden kunnen doen. Soms ware de ideeën te gek voor woorden, maar langzamerhand kwam er wat lijn in. Sabotage van Duitse doelen leek ons een eerste vereiste. Het probleem was alleen hoe we aan materiaal moesten komen en wie ons kon leren hoe er mee om te gaan. Peter zei dat zijn oom, die beroepsmilitair is, misschien wel zouden helpen. ............................... Maandag 20 mei Wordt er bij jullie veel gediscussieerd over het vertrek van de koningin en de regering? Volgens mij is het een hele logische stap geweest. Ze zouden immers als gijzelaars van de mof veel slechter af zijn geweest?.............................
Woensdag 3 juli .......Alle niet-Arische vreemdelingen moeten zich melden. Miriam maakt zich grote zorgen dat het daar niet bij zal blijven. Ik ben bang dat ze gelijk zal krijgen.
Augustus We mogen niet vlaggen voor onze Willemien, de 31e. Jammer dat ik geen oranje sokken of overhemd heb. Toch iets op verzinnen.................... Er zijn jongelui als landarbeider, vrijwillig naar Duitsland vertrokken. Hoe halen ze het in hun hoofd, de stommelingen.................... Met Chris en Victor gezeild. Was zeer plezierig en we hebben helemaal niet over de oorlog gesproken, alleen over korfbal, de competitie en zo. Er schijnt binnen de korfbalclub een stel te zijn dat een verzetsgroep op wil richten. Ik doe daar geloof ik maar niet aan mee. Als alles een beetje gaat lopen zal ik aan Leiden en Utrecht de handen vol hebben(hoop ik). Bovendien vind ik dat ze er niet zo openlijk over zouden moeten praten. .................... Ergens in maart Het is eigenlijk gek dat we vrolijk doorgaan met korfbaltrainingen en wedstrijden. Ik moet zeggen dat ik het ter ontspanning niet onprettig vind. Binnen de club gaan er stemmen op om, zolang de mof hier regeert, de club op te heffen. Maar het zal toch niet lang meer duren voor ook sportvermaak verboden zal zijn. Voorlopig klinkt de Duitse propaganda nog zeer pro sport en daar maken we dan maar gewoon gebruik van............................. 22 juni 1941 De inval in Rusland door de Duitsers is een feit. Ach, Napoleon indachtig zullen ze de Russiche winter niet overleven. Mooi zo! Hoewel, dat duurt nog maanden....................
In verband met de ‘nieuwe orde’in de sport met Karel Lotsy als stuwende kracht, is met algemeen goedvinden onze korfbalvereniging opgeheven. Jammer, maar wel noodzakelijk. Wij willen immers niet mee doen aan de nieuwe orde................................... (Harald: In eerste instantie vermoedde ik dat Frans Britzel lid was van ODI -Ontspanning door Inspanning-, de club die verscheidene Joodse leden telde en om principiële redenen besloot tot opheffing. In september 1941 werd de afdeling Den Haag van de Nederlandse Korfbal Bond namelijk gedwongen haar Joodse leden, onder wie zeer oude getrouwen, uit te sluiten. ODI was van oorsprong een scholierenclub, destijds opgericht door de H.B.S. aan de van den Boschstraat. Bron: 50 jaar Haagse KorfbalBond 1919-1969. Na Thérese Clay gesproken te hebben bleek dit niet O.D.I. te zijn maar korfbalvereniging de IJsvogels waar Frans lid van was.Op internet heb ik daar niet veel over kunnen vinden, behalve dan dat de heer W.A. Pleisier deze vereniging heeft opgericht en in 1959 de christelijke korfbal vereniging N.I.O in Rotterdam oprichtte. Dat wordt nog een keer speuren in het archief van de Haagse Korfbal Bond / Rijndelfland dat nu vast is ondergebracht bij het district Noord West). Enkele dagen later Binnen de club zijn eindelijk beslissingen gevallen. Er is een zogenaamd dagelijks bestuur dat eventuele acties coördineert en de club is in kleinere groepen opgedeeld. Er zal ook niet meer gezamenlijk vergaderd worden. Ik ben ingedeeld bij een groepje dat overvallen op wapendepots en distributiekantoren moet voorbereiden. We willen ook zo gauw mogelijk aan Duitse uniformen zien te komen......................... Ik kreeg van het bestuur te horen dat het beter zou zijn wanneer ik me zou aansluiten bij een korfbalclub die wel blijft spelen in de competitie onder de nieuwe orde. Ben ik niet blij mee maar ik zie de logica er wel van in. Zolang ik me zogenaamd neutraal opstel zal ik minder last hebben van vragen van buitenstaanders of binnen de kennisenkring. Ik heb me inmiddels bij een andere korfbalploeg laten inschrijven. Ik heb een proeftraining meegedaan en ben ingedeeld in het eerste.......... (Harald: Heeft Frans na zijn vertrek bij de IJsvogels dan ook nog even bij een andere club in Den Haag gekorfbald? Want bovenstaand fragment uit een brief is in 1941 geschreven en op 9 juni 1943 werd hij lid van Achilles en kreeg lidnummer 547. Thérèse Clay mailde mij dat zij hier nog eens over had nagedacht. Frans heeft op een gegeven moment een rugkwaal gefingeerd - dat had te maken met de Nederlandse Arbeids Dienst en is ook te lezen in het boek - en deze rugkwaal moest ook zogenaamd weer genezen. Meteen weer gaan korfballen, dat kan te opvallend zijn. In ons gesprek liet Thérèse mij onder andere weten dat Frans te weinig tijd had om in het eerste te spelen vanwege zijn werkzaamheden. In de Leeuwenkrabbels van 1943 en 1944 is Frans terug te vinden als speler van het tweede. Het is dus waarschijnlijk dat Frans na het vertrek bij de IJsvogels uiteindelijk pas op 9 juni 1943 weer lid werd van een korfbalvereniging, Achilles dus). Met Utrecht ben ik overeengekomen dat ik me niet aan de oproep voor de Arbeidsdienst zal ontrekken. Ik heb er niet echt veel zin in, maar het kan eventueel later mooi als dekmantel gebruikt worden.............................Van de korfbal- en andere vrienden hoop ik dat ze zelf snugger genoeg zijn om te snappen dat ik niet werkelijk voor m’n lol ga. We zullen zien...............................
Zaterdag ..........Iemand heeft gepraat tijdens ondervraging. Als ik bedenk wat hij moet heben doorgemaakt tot ze hem zover hebben gekregen. Het resultaat is echter wel veel arrestaties. De prof en Pim zijn ook gepakt. Pim heeft nog geprobeerd om door het wc-raampje weg te komen, maar zag er vanaf toen hij merkte dat de tuin eronder een te diepe sprong betekende. Had hij het toch maar gedaan. Alex is inmiddels gefusilleerd en ik ben bang dat Pim geen ander lot beschoren zal zijn................. ........Er wordt weer gesproken over de liquidatie van P. Iemand zei: "Zijn liefde voor zijn vrouw is groter dan zijn verantwoordelijkheidsgevoel ten opzichte van ons". Wel, dat vind ik nogal logisch, maar dat hij niet gehandhaafd kan blijven is ook duidelijk. Er is besloten hem zo snel mogelijk te liquideren. Ik vroeg me hardop af of wij op die manier wel voor God mochten spelen. Peter zei: "Maar als we het niet doen spelen we ook voor God, want zijn blijven leven betekent waarschijnlijk de dood voor vele anderen". Ik weet dat hij gelijk heeft, maar iemand in koelen bloede neerschieten, iemand die je kent als een van de eersten die fel in verzet kwam tegen de mof? We zijn even oud................. .............Toen ik ze aan zag komen wist ik dat ik het niet kon. Iemand in zijn gezicht kijken en de trekker overhalen. Mijn hand krampte om het pistool. Ik liep ze zonder groet voorbij en probeerde Peter’s wanhopige blik niet te zien. Toen ik ze net voorbij was draaide ik me om en schoot P. in de rug. Het was niet genoeg. Hij viel wel, maar was niet dood. Heel kalm haalde Peter een pistool uit zijn zak en maakte het karwei af. Ik was doorgelopen en na een paar minuten haalde Peter me in. Hij gaf me een klap op mijn schouder en zwijgend liepen we door, de Bosjes van Poot uit................ Maart 1943, vrijdagavond Ik werk nu in de Goudenregenstraat bij de distributiedienst en hoop zoveel mogelijk bonkaarten te kunnen ‘organiseren’ zonder dat het al te veel opvalt. Er worden hier ook persoonsbewijzen verstrekt en als het goed is moet ik toch een flink aantal lege pb’s kunnen bemachtigen............
(Harald: De toenemende oorlogsdreiging in de jaren dertig was voor de Nederlandse overheid voldoende aanleiding om instanties in het leven te roepen die speciale wettelijke bevoegdheden kregen. De spil van het distributie- en rantsoeneringsysteem was het in Den Haag gevestigde Centraal Distributie Kantoor, dat belast werd met alle mogelijke distributiemaatregelen waar kleinhandelaren en consumenten mee te maken konden krijgen. De uitvoering werd in handen gelegd van de plaatselijke distributiediensten. Voor Den Haag betekende dit in 1939 de oprichting van de Haagsche Crisis- en Distributiedienst, gevestigd in de Goudenregenstraat. Bron: Koen van Wijk, ‘alles op de bon’). April 1943 De kranten staan bol van de ‘terroristische aanslag’ op het bevolkingsregister in Amsterdam. De kerels die dat geflikt hebben zou ik graag de hand drukken!!! Hopelijk is de ravage enorm. Het zou eigenlijk met alle bevolkingsregisters moeten gebeuren. Tjonge wat zal de mof er de pest in hebben....... Gister werd er een straatrazzia verwacht dus kon ik niet naar buiten. Toen de brieven maar gelezen. Ik ben wel raar bezig aangaande veiligheid (voor als ze dit schrijfwerk vinden). Ik noem wel namen maar over de acties van de groep(en) rep ik met geen woord. Misschien toch maar gaan doen, al was het maar voor het nageslacht............... Augustus 1944 Ik ben zo moe. Peter is gearresteerd. Hoe moeten we nog door? Het lijkt me bijna een opluchting wanneer ik opgepakt zal worden. Ik kan er soms met verlangen naar uitzien. Eindelijk niet meer vluchten, zo vaak wisselen van adres. Niet meer liegen, niet meer een ander spelen, niet meer anderen in gevaar weten of brengen. Gewoon weer Frans heten. Hoewel steeds gevaarlijker moet ik doorgaan met schrijven anders ontplof ik...................... September 1944 Het bonnenadres van André’s zus is veel te bekend. Volgende week wordt een nieuw adres betrokken. Maar ik heb er geen gevoel bij. Dat nieuwe huis hoort niet bij mij. Ik voel alsof ik afscheid heb genomen.................. Het was op het nippertje (....) geen moeite meer met dit soort acties(.....) tot onze grote spijt stortte niets met donderend geraas in (.......) Na geroep van de overkant liep de hele groep over de rails naar de kameraden. Toen ze bijna aan de overkant waren, slopen Leo en ik behoedzaam weg. Leo wilde nog zorgen voor de ontploffingen, maar ik siste hem toe of hij soms levensmoe was. Zo’n lange draad hadden we niet en de mof zou na onze eerste ontploffing de mitrailleurs langs beide kanten van de brug leegschieten. Een beetje risico is te overzien, maar dit zou gekkenwerk zijn. We kwamen behouden bij de auto aan, waar Theo en Klaas al waren, lichtelijk geschokt. Eerst durfde niemand de auto te starten, maar Theo was het eerst bij zinnen en reed de auto zonder lichten zachtjes weg................. Ik ga zo nog even, via de achterdeur, bij moeder kijken en dan naar ‘kantoor’ om te zien of de beloofde zending bonkaarten er al is. Met die grote spoorwegstaking hebben we zoveel nodig. Het is nauwelijks meer bij te benen. (Harald: dit is de laatste zin uit de laatste brief van Frans Britzel. De zus van Frans leeft overigens nog, zij is de moeder van Thérèse Clay.) * * * Het verraad Op vrijdag 29 september 1944 werd een groep verzetsstrijders opgepakt bij een inval aan de Laan van Meerdervoort 415 a. Verraden door Anton Veugel, een zogenaamde verzetsman die voor de Sicherheitsdienst werkte. Deze verrader, een SS’er en twee Duitse soldaten arresteerden tien personen, waaronder Frans Britzel. De verrader bleek na de oorlog uiteindelijk verantwoordelijk te zijn geweest de dood van vele verzetsstrijders. Hij kreeg levenslang maar zou slechts zeventien jaar verblijven in de strafgevangenis in Breda. Hij woonde vlak over de grens in Duitsland en heeft nog tot 1999 geleefd en speelde nog elke week een potje bridge met 'die alte Kameraden'. Aan het Haantje bij de spoorwegovergang tussen Rijswijk en Delft zijn op 7 oktober 1944 tien mannen gefusilleerd als vergelding voor een sabotageactie op deze spoorbaan door het verzet. De tien slachtoffers waren de tien Haagse verzetsmensen die een week voor de fatale datum waren gearresteerd. Zij hadden niets te maken met de sabotage aan de spoorlijn. Het ooggetuigenverslag De auteur van het boek is er uiteindelijk in geslaagd om een ooggetuige op te sporen die de executie van de tien verzetsstrijders heeft gezien. “Zaterdagmiddag 7 oktober 1944 was ik met mijn vader op weg om melk te halen bij de boer. Ik woonde al een tijdje bij hem met mijn zoontje, omdat mijn man in een kamp in Duitsland zat, veroordeeld als een van de Geuzen. Mijn broer woonde ook nog bij mijn vader en lag al maanden in de voorkamer op bed, omdat hij een lelijk ongeluk had gehad. Mijn vader en ik liepen richting spoorwegovergang. De avond ervoor was er sabotage geweest aan de spoorbaan, en al uit de verte zagen we, tot onze grote vreugde, dat de schade aanzienlijk was. Toen we bijna bij de overweg waren, kwamen er van achter ons een Van Gend & Looswagen, een open vrachtwagen en een rode personenauto hard aanrijden. De soldaten in de Van Gend & Looswagen en die in de vrachtwagen floten en zwaaiden naar me. De soldaten in de vrachtwagen waren heel raar opgesteld. De twee voorste op hun knieën, daarachter twee op hun hurken en daar achter twee staand. Ik weet niet waarom, maar het zag er vreemd uit. In de personenauto twee hoge officieren en een man in een gewoon pak. De Van Gend & Looswagen reed over de overweg, keerde daar en werd valk bij de rails gezet. De vrachtwagen werd op de rails gezet en de chauffeur probeerde te keren, maar een van de wielen zakte weg tussen de bielzen. Uit de Van Gend & Looswagen en de vrachtwagen kwamen een heleboel soldaten, die lachend en soms vloekend hielpen de andere wagen te keren. In de vrachtwagen zagen we mannen, op hun knieën, de handen op de rug gebonden. Mijn vader en ik wilden langs de auto’s lopen, maar we werden teruggestuurd. Aan de andere kant van de overweg zag ik een vriend van mijn broer aan komen fietsen, maar hij werd ook teruggestuurd. Net als wij heeft hij zich vlakbij achter een dikke boom verscholen. De geboeide mannen werden uit de vrachtwagen gehaald, en we snapten natuurlijk wat er ging gebeuren, maar we liepen niet weg, iets dwong ons om te blijven kijken. Ik zag de mannen en dacht: ”O, God, wat zijn ze nog jong.” Een van hen kan niet ouder dan achttien zijn geweest. Vijf van hen werden op enige afstand van elkaar tussen de rails gezet, de anderen moesten op de overweg blijven staan. De soldaten stelden zich op en legden aan. Een van de vijf mannen op de overweg begon te zingen en bleef zingen toen zijn vrienden werden neergemaaid. De andere vijf moesten nu tussen de lijken in gaan staan. Daarom waren de eerste vijf natuurlijk zo ver uit elkaar gezet. Het was allemaal van tevoren uitgedacht, dat voelde ik, dat zag ik en nooit meer vergeet ik de precisie waarmee de mannen werden opgesteld. Alsof dat nog belangrijk was. De ene man zong nog steeds. De soldaten legden weer aan en hebben toen de mitrailleurs werkelijk leeggeschoten. Wij werden nog bijna geraakt, toen een kogel op de boom, waar wij achter stonden, ketste en in de sloot verdween. Nu stapten de hoge omes en de man in het gewone pak uit de rode personenauto. Ze gingen bij de lichamen kijken, zeker om te zien of de jongens echt dood waren. Kennelijk tevreden stapte iedereen weer in en de auto’s vertrokken. Ik denk dat het alles bij elkaar nog geen kwartier heeft geduurd. De vriend van mijn broer kwam aangefietst, mijn vader en ik waren richting spoordijk gelopen. Samen met de jongen zijn we nog gaan kijken. Ik wilde weten of er misschien niet toch nog een van hen leefde. Ik heb ze op het voorhoofd gevoeld, alle tien. Ze waren nog warm. Ik vond het zo vreselijk om ze daar te moeten laten liggen. ’s Avonds begon het heel hard te regenen en ik heb mijn vader gesmeekt om me te helpen de lichamen bij ons in de voorkamer te leggen. Maar hij zei: “Meïsje, dan krijgen wij ook de kogel.” Hij had gelijk natuurlijk, maar ik vond het ontzettend om die jongens daar te laten liggen in de stromende regen. Toen zijn we met een buurman de lichamen gaan toedekken met stukken zeildoek. Vlak daarna kwam er een politieauto bij ons langs om te vragen of mijn vader wilde helpen de jongens te vervoeren. De Duitsers hadden opdracht gegeven om ze te laten liggen tot zondagmiddag twaalf uur, maar de commissaris van politie van Rijswijk had gezegd ze te halen voor een gewonen begrafenis. Ze hebben de lichamen op een handkar gelegd, mijn vader vond toen nog twee brillen en moest die van de politieman bewaren. Een buurjongen is de kar stiekem gevolgd en heeft gezien hoe die naar een hoekje van de begraafplaats werd gereden, daar stonden al tien kisten klaar. De commissaris was er zelf ook, met nog een paar lui van de politie. Die moesten de gezichten van de jongens schoonmaken en toen werden de hoofden van de tien een voor een opgetild om een foto te maken. Voor de familie, hoorde ik later. Toen zijn ze in de kisten gelegd en begraven. Een week of twee later kwam een oom van een van de jongens omdat hij gehoord had dat mijn vader brillen had gevonden, hij wilde de bril van zijn neef graag meenemen. Ik zie hem nog staan, een meneer met een hele dure jas, de bril in zijn handen. Hij kon niets zeggen, heeft zich omgedraaid en is zo weggelopen.” Cederstraat 63, het ouderlijk huis Laan van Meerdervoort 415, het verraad en de inval Oud Rijswijk, begraafplaats van de tien verzetsstrijders Oorlogsmonument in Rijswijk Aan het Haantje bij de spoorwegovergang zijn op 7 oktober 1944 Frans Britzel en negen andere mannen gefusilleerd als vergelding voor een sabotage actie op deze spoorbaan door het verzet. De tien slachtoffers waren Haagse verzetsmensen die een week voor de fatale datum waren gearresteerd. Zij hadden niets te maken met de sabotage aan de spoorlijn. Er is een oorlogsmonument opgericht voor de tien verzetsstrijders. Bronnen, locaties en informatie:
Harald Braakman, december 2009 |
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||